Ga verder naar de inhoud

KC21/25-0124

Ongegrond KC - Merksplas Klachtencommissie Andere beslissing directeur Ordemaatregel Fouille op het lichaam
FOUILLE LICHAAM - UITVOERING - ONTSLAG

De klacht betreft een fouillering op het lichaam, de uitvoering van de fouillering op het lichaam en een afzetting van werk van de directie van de gevangenis van Merksplas.

Over de naaktfouille: de klachtencommissie is van oordeel dat de motivering van de bestreden beslissing concrete elementen bevat waarom de directeur het vermoeden had dat klager in het bezit van verboden voorwerpen of substanties was. In de beslissing is bovendien gemotiveerd waarom een onderzoek aan de kledij niet zou volstaan hebben om deze voorwerpen of substanties te vinden. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van een fouillering op het lichaam van 04/07/2025 voldeed aan de voorwaarden uit de Basiswet. De klacht is om deze redenen ongegrond.

Over de uitvoering van de naaktfouille: de fouille op het lichaam moet plaats vinden in een gesloten ruimte. Er mogen geen andere gedetineerden aanwezig zijn bij de fouille en de fouille moet door minimum twee leden van hetzelfde geslacht als de gedetineerde gebeuren. De fouille op het lichaam mag geen tergend karakter hebben en moet gebeuren met eerbiediging voor de waardigheid van de gedetineerde.

De directie heeft in haar verweer het volgende geschreven over de uitvoering van de naaktfouille: “dat ik hierover door de PA navraag liet doen bij degenen die de fouille uitvoerden en daarover volgende antwoord kreeg: Ik heb de 2 pba’s afzonderlijk gesproken die toen op dienst waren. Deze bevestigen dat er zeker een handdoek op het deurtje van de douche hing die hij ter beschikking had. Deurtje was dicht en pba kon er over kijken tijdens de fouille”. Klager maakt het niet aannemelijk dat de uitvoering van de fouille niet correct verlopen zou zijn. Om deze redenen is de klacht gericht tegen de uitvoering van de naaktfouille ongegrond.

Over de afzetting van werk: uit het RAD van 04/07/2025 blijkt dat klager in het bezit van verboden substanties was. Volgens de dienstnota kan de directeur een gedetineerde ontslaan indien hij niet langer voor de arbeidspost geschikt is.

Klager was werkzaam als diender. Dit is een vertrouwensjob en gaat gepaard met veel bewegingsvrijheid. Gelet op de vertrouwensfunctie die klager had en het bezit van verboden substanties, gesteund op voormelde RAD, was het vertrouwen volgens de directie geschonden, hetgeen net cruciaal is voor een vertrouwensjob. De motivering stelt klager voldoende in staat om de redenen van zijn ontslag te begrijpen. Volgens de klachtencommissie is de ontslagbeslissing dan ook wettelijk. De beslissing is redelijk gelet op het RAD en de observatiefiche. Om deze redenen is de klacht ongegrond.