Ga verder naar de inhoud

KC21/25-0166

Gegrond KC - Merksplas Klachtencommissie Tucht
TUCHT - GEÏNTERNEERD - HUISHOUDELIJK REGLEMENT

De klacht gaat over een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Merksplas.

Wat de inbreuk de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee betreft, ziet de klachtencommissie geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet op het RAD had mogen steunen. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het RAD werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. De directie kon dan ook binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren.

Vervolgens acht de klachtencommissie de kwalificatie van de feiten als zijnde het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen daarentegen niet correct. De klachtencommissie schrijft het volgende in de tuchtbeslissing: “Het HR (art. 106 BW) schrijft voor dat de gedetineerde de plicht heeft er zorg voor te dragen dat hij door zijn gedrag ten opzichte van het personeel, medegedetineerden en andere personen de orde (menswaardig samenlevingsklimaat) niet in gevaar brengt. (vrouwelijke) Personeelsleden trachten aanraken aan hun achterwerk kan bezwaarlijk nog een constructieve bijdrage tot dit menswaardig samenleving genoemd worden.” De klachtencommissie wijst erop dat de algemene bepaling van het huishoudelijk reglement een loutere overname is van de algemene gedragsvoorschriften van artikel 106, §1 en §2 van de Basiswet en dat deze bepaling in het huishoudelijk reglement daardoor op zichzelf géén tuchtinbreuk in het leven roept. Het niet respecteren van deze passage kan met andere woorden niet opgevat worden als een overtreding van het huishoudelijk reglement.

Klager pleegde een inbreuk van de eerste categorie. In geval van een inbreuk van de eerste categorie kan er voor een maximumduur van 30 dagen een afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte (hierna: ATV) worden opgelegd. Klager kreeg 3 dagen ATV. Wat de straftoemeting betreft, is de directie binnen de grenzen van de wet en de redelijkheid en billijkheid gebleven. Om bovenstaande redenen is de klacht gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing van 10/09/2025 in zoverre de directie in haar tuchtbeslissing verwijst naar de elementen m.b.t. het huishoudelijk reglement.