KC21/25-0198
Onontvankelijk
KC - Merksplas
Klachtencommissie
Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - VOEDING – KANTINE
Klager heeft een klacht ingediend omdat hij de maaltijden van de gevangenis “goedkope brol” vindt. Volgens hem is hij geen gedetineerde zodat hij wel mag kiezen wat hij wil eten maar hij krijgt zijn eigen eten niet. Hij zou hierover al verschillende rapportbriefjes hebben geschreven en de klachtencommissie zou de directie hier ook over hebben bevraagd.
De directie is verplicht om te zorgen dat alle gedetineerden in de gevangenis voldoende voedsel krijgen dat voldoet aan de normen van de moderne hygiëne. Klager verklaart in eerste instantie dat de maaltijden die hij krijgt in de gevangenis “goedkope brol” zijn maar brengt geen argumenten aan om dit te staven. De klachtencommissie heeft geen redenen om aan te nemen dat de directie verzuimd heeft aan haar zorgplicht op grond van artikel 42 van de Basiswet.
Daarnaast stelt klager dat hij zijn eigen eten niet zou krijgen hoewel hij dat al meerdere malen via rapportbriefjes aan de directie zou hebben gevraagd. Daarenboven zou de klachtencommissie de directie daarover al hebben gehoord. In een klacht van 29.05.2025 verklaarde klager dat hij “geen rijst, gekookte aardappelen, schaap, wortelen of brood eet. De klachtencommissie verklaarde deze klacht niet-ontvankelijk omdat zij van oordeel was dat het niet ging om een beslissing die door de directeur werd genomen. Ook bleek nergens uit de klacht dat klager de directie hierover had aangeschreven en geen reactie zou hebben gehad, waardoor er geen sprake was van een verzuim of een weigering van de directie om een beslissing te nemen (KC21/25-0095). Klager verduidelijkte in zijn klachten niet of hij deze voeding niet eet omwille van gezondheidsredenen (bijvoorbeeld allergie) of gewoon omdat hij deze ingrediënten niet lust. Er kan slechts rekening worden gehouden met aangepaste voeding aan de gezondheidstoestand van een gedetineerde indien er een medisch voorschrift is. Klager maakt daar geen gewag van. Daarnaast staat het klager vrij om te veranderen van soort menu. Hij heeft de keuze tussen geen varkensvlees, vegetarisch, of het gewone dagmenu volgens het huishoudelijk reglement.
Tot slot blijkt uit het verweer van de directie niet dat zij klager het recht op kantine heeft ontnomen. Klager is dus in de mogelijkheid om voeding volgens zijn voorkeur via de gewone kantine aan te kopen en deze op te eten op zijn cel. De directie heeft daar zelfs aan toegevoegd dat klager zijn eigen maaltijden kan bereiden in de keuken van de afdeling. De klachtencommissie besluit dat ook het recht op kantine van klager niet werd ingeperkt door een beslissing van of namens de directie of een verzuim om een beslissing te nemen.
Om deze redenen is de klacht niet-ontvankelijk.
Klager heeft een klacht ingediend omdat hij de maaltijden van de gevangenis “goedkope brol” vindt. Volgens hem is hij geen gedetineerde zodat hij wel mag kiezen wat hij wil eten maar hij krijgt zijn eigen eten niet. Hij zou hierover al verschillende rapportbriefjes hebben geschreven en de klachtencommissie zou de directie hier ook over hebben bevraagd.
De directie is verplicht om te zorgen dat alle gedetineerden in de gevangenis voldoende voedsel krijgen dat voldoet aan de normen van de moderne hygiëne. Klager verklaart in eerste instantie dat de maaltijden die hij krijgt in de gevangenis “goedkope brol” zijn maar brengt geen argumenten aan om dit te staven. De klachtencommissie heeft geen redenen om aan te nemen dat de directie verzuimd heeft aan haar zorgplicht op grond van artikel 42 van de Basiswet.
Daarnaast stelt klager dat hij zijn eigen eten niet zou krijgen hoewel hij dat al meerdere malen via rapportbriefjes aan de directie zou hebben gevraagd. Daarenboven zou de klachtencommissie de directie daarover al hebben gehoord. In een klacht van 29.05.2025 verklaarde klager dat hij “geen rijst, gekookte aardappelen, schaap, wortelen of brood eet. De klachtencommissie verklaarde deze klacht niet-ontvankelijk omdat zij van oordeel was dat het niet ging om een beslissing die door de directeur werd genomen. Ook bleek nergens uit de klacht dat klager de directie hierover had aangeschreven en geen reactie zou hebben gehad, waardoor er geen sprake was van een verzuim of een weigering van de directie om een beslissing te nemen (KC21/25-0095). Klager verduidelijkte in zijn klachten niet of hij deze voeding niet eet omwille van gezondheidsredenen (bijvoorbeeld allergie) of gewoon omdat hij deze ingrediënten niet lust. Er kan slechts rekening worden gehouden met aangepaste voeding aan de gezondheidstoestand van een gedetineerde indien er een medisch voorschrift is. Klager maakt daar geen gewag van. Daarnaast staat het klager vrij om te veranderen van soort menu. Hij heeft de keuze tussen geen varkensvlees, vegetarisch, of het gewone dagmenu volgens het huishoudelijk reglement.
Tot slot blijkt uit het verweer van de directie niet dat zij klager het recht op kantine heeft ontnomen. Klager is dus in de mogelijkheid om voeding volgens zijn voorkeur via de gewone kantine aan te kopen en deze op te eten op zijn cel. De directie heeft daar zelfs aan toegevoegd dat klager zijn eigen maaltijden kan bereiden in de keuken van de afdeling. De klachtencommissie besluit dat ook het recht op kantine van klager niet werd ingeperkt door een beslissing van of namens de directie of een verzuim om een beslissing te nemen.
Om deze redenen is de klacht niet-ontvankelijk.