TUCHT - GEÏNTERNEERDE -TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING
De directie heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD. Klager verschijnt niet ter tuchtzitting. Zijn advocaat stelt enkel dat klager muziek van beneden hoorde, waardoor hij het nodig vond om zijn muziek luider te zetten. Volgens de klachtencommissie bracht de advocaat ter tuchtzitting geen elementen aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte.
De directie kwalificeerde de feiten als het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel van de gevangenis (artikel 130, 3° Basiswet). Aangezien klager meermaals door verschillende personeelsleden (tevergeefs) aangemaand werd de muziek stiller te zetten, acht de klachtencommissie de kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd. De klachtencommissie wijst er voor de volledigheid op dat de situatie volgens haar ook kon gekwalificeerd worden als het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten in de gevangenis verstoort (artikel 130, 7° Basiswet).
De directie motiveert dat ze klager (geïnterneerd) verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten, verwijzend naar het gegeven dat klager de radio stiller zette tot op het ogenblik dat de PBA’s het einde van de gang naderden, waarna hij de radio terug luider zette. De directie besluit dat klager doelbewust bezig was met het luider en stiller zetten van de radio. De klachtencommissie oordeelt dat de directie in haar motivering terecht verwijst naar het gedrag van klager op het ogenblik van de feiten. De conclusie die de directie daaruit getrokken heeft omtrent de toerekenbaarheid van de feiten gaat de grenzen van de redelijkheid niet te buiten. Volgens de klachtencommissie voldoet de motivering van de toerekenbaarheid van de feiten aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet.
Klager pleegde een inbreuk van de tweede categorie en kreeg 5 dagen ATV. De klachtencommissie acht de opgelegde sanctie wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.
De directie heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD. Klager verschijnt niet ter tuchtzitting. Zijn advocaat stelt enkel dat klager muziek van beneden hoorde, waardoor hij het nodig vond om zijn muziek luider te zetten. Volgens de klachtencommissie bracht de advocaat ter tuchtzitting geen elementen aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte.
De directie kwalificeerde de feiten als het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel van de gevangenis (artikel 130, 3° Basiswet). Aangezien klager meermaals door verschillende personeelsleden (tevergeefs) aangemaand werd de muziek stiller te zetten, acht de klachtencommissie de kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd. De klachtencommissie wijst er voor de volledigheid op dat de situatie volgens haar ook kon gekwalificeerd worden als het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten in de gevangenis verstoort (artikel 130, 7° Basiswet).
De directie motiveert dat ze klager (geïnterneerd) verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten, verwijzend naar het gegeven dat klager de radio stiller zette tot op het ogenblik dat de PBA’s het einde van de gang naderden, waarna hij de radio terug luider zette. De directie besluit dat klager doelbewust bezig was met het luider en stiller zetten van de radio. De klachtencommissie oordeelt dat de directie in haar motivering terecht verwijst naar het gedrag van klager op het ogenblik van de feiten. De conclusie die de directie daaruit getrokken heeft omtrent de toerekenbaarheid van de feiten gaat de grenzen van de redelijkheid niet te buiten. Volgens de klachtencommissie voldoet de motivering van de toerekenbaarheid van de feiten aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet.
Klager pleegde een inbreuk van de tweede categorie en kreeg 5 dagen ATV. De klachtencommissie acht de opgelegde sanctie wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.