KC21/26-0037
Onontvankelijk
KC - Merksplas
Klachtencommissie
Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - STAKING - RECHT VAN VERDEDIGING
Klager is geïnterneerd en diende op 12.02.2026 voor de KBM te verschijnen, die verder zou beslissen over diens beheer van de interneringsmaatregel. Omwille van een staking op 12.02.2026 werd de KBM-zitting van klager uitgesteld naar een latere, nog niet nader bepaalde, datum. Klager meent dat er niet voldaan is aan de continuïteit van de dienstverlening. Volgens de advocaat van klager valt een zitting van de KBM onder de minimumrechten van de gedetineerden die ook tijdens een staking gewaarborgd moeten blijven. De staking op 12.02.2026 betrof een niet-spontane staking, gezien de raadsman van klager hiervan reeds twee dagen op voorrand van op de hoogte gebracht werd. De annulatie van de KBM-zitting tijdens de staking, betreft bijgevolg volgens de advocaat van klager een verzuim van de directie, waardoor de klacht ontvankelijk en gegrond is.
In de wet van 23 maart 2019 is bepaald dat, teneinde de veiligheid en de gezondheid van de opgesloten personen te verzekeren, tijdens de gehele duur van de staking wordt voorzien in bepaalde minimumgaranties voor gedetineerden. Uit deze wet volgt dat ook tijdens een staking de verschijning van een gedetineerde voor de rechtbank moet gewaarborgd worden en dat de directie hiervoor de nodige maatregelen dient te nemen opdat dit kan worden uitgevoerd. De klachtencommissie stelt aan de hand van de dossierstukken, namelijk de e-mail van de griffie van de KBM aan de advocaat van klager, evenwel vast dat de KBM heeft beslist om de zitting te annuleren. Bijgevolg heeft de directie niet beslist dat klager niet mocht verschijnen op de zitting, noch heeft de directie nagelaten om een beslissing te nemen opdat klager kon verschijnen op de zitting. Om deze reden is de klacht niet-ontvankelijk.
Klager is geïnterneerd en diende op 12.02.2026 voor de KBM te verschijnen, die verder zou beslissen over diens beheer van de interneringsmaatregel. Omwille van een staking op 12.02.2026 werd de KBM-zitting van klager uitgesteld naar een latere, nog niet nader bepaalde, datum. Klager meent dat er niet voldaan is aan de continuïteit van de dienstverlening. Volgens de advocaat van klager valt een zitting van de KBM onder de minimumrechten van de gedetineerden die ook tijdens een staking gewaarborgd moeten blijven. De staking op 12.02.2026 betrof een niet-spontane staking, gezien de raadsman van klager hiervan reeds twee dagen op voorrand van op de hoogte gebracht werd. De annulatie van de KBM-zitting tijdens de staking, betreft bijgevolg volgens de advocaat van klager een verzuim van de directie, waardoor de klacht ontvankelijk en gegrond is.
In de wet van 23 maart 2019 is bepaald dat, teneinde de veiligheid en de gezondheid van de opgesloten personen te verzekeren, tijdens de gehele duur van de staking wordt voorzien in bepaalde minimumgaranties voor gedetineerden. Uit deze wet volgt dat ook tijdens een staking de verschijning van een gedetineerde voor de rechtbank moet gewaarborgd worden en dat de directie hiervoor de nodige maatregelen dient te nemen opdat dit kan worden uitgevoerd. De klachtencommissie stelt aan de hand van de dossierstukken, namelijk de e-mail van de griffie van de KBM aan de advocaat van klager, evenwel vast dat de KBM heeft beslist om de zitting te annuleren. Bijgevolg heeft de directie niet beslist dat klager niet mocht verschijnen op de zitting, noch heeft de directie nagelaten om een beslissing te nemen opdat klager kon verschijnen op de zitting. Om deze reden is de klacht niet-ontvankelijk.