Ga verder naar de inhoud

KC21/26-0058

Ongegrond KC - Merksplas Klachtencommissie Tucht
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - TOEREKENBAARHEID - GEÏNTERNEERDE

Klager maakt het voorwerp uit van een rapport aan de directeur (RAD) over vermeend bezit van verboden substantie/drugs. Naar aanleiding van de tuchtzitting werd klager een tuchtsanctie opgelegd van tien dagen effectieve ATV. Ter tuchtzitting gaf klager zelf aan dat hij de verdachte bruine substantie vond in de douche zelf. Uit het RAD blijkt duidelijk dat klager bij het verlaten van de doucheruimte in het bezit werd gevonden van een verboden substantie. Volgens de opsteller van het RAD had klager deze substantie gekregen van een medegedetineerde die ook aan het douchen was. Klager zijn uitleg is echter dat hij deze substantie had gevonden in douche waardoor de drugs dus niet bestemd waren voor hem. Deze verklaring wordt niet alleen tegengesproken door het duidelijk opgestelde RAD maar is bovendien ongeloofwaardig want in plaats van spontaan de beambte aan te spreken met de mededeling dat hij drugs had gevonden in de cel, blijkt uit de vaststellingen in het RAD dat klager de drugs probeerde te verstoppen voor de beambte. De klachtencommissie besluit dat het bezit van drugs in hoofde van klager terecht bewezen werd verklaard.

De directeur dient vervolgens na te gaan of de gedetineerde wel verantwoordelijk geacht kan worden voor de feiten en of hij/zij op het moment van het plegen van de tuchtinbreuk wel helder en bewust was. Deze beoordeling is in het bijzonder van belang in het geval van geïnterneerde personen. Klager verblijft als geïnterneerde persoon in de gevangenis. In het voorliggend dossier blijkt uit de motivering van de tuchtbeslissing dat de directeur van oordeel was dat klager wel degelijk op toerekenbare wijze heeft gehandeld omdat in het RAD duidelijk beschreven staat hoe hij de drugs doelgericht probeerde te verstoppen voor de beambte. De klachtencommissie treedt dit oordeel van de directie bij. De klachtencommissie besluit dat de directeur zijn oordeel over de toerekeningsvatbaarheid van de tuchtinbreuk aan klager correct heeft gemotiveerd in de beslissing.

De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van tien dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was bijgevolg wettig en niet onredelijk of onbillijk.

Om deze redenen is de klacht ongegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.