Ga verder naar de inhoud

KC21/26-0091

Gegrond KC - Merksplas Klachtencommissie Bijzondere veiligheidsmaatregel
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - MEDISCH - PERSONEEL

Klager dient klacht in tegen een ‘heimelijke ATV-sanctie’, aangezien hij bevolen werd op zijn kamer te blijven en met name niet mee zou mogen wandelen en dit zonder dat er een tuchtprocedure plaatsvond of een bijzondere veiligheidsmaatregel aan hem werd opgelegd. De directie betwist dat er sprake zou zijn van een verdoken ATV-sanctie maar stelt dat er door de psychiater een maatregel aan klager werd opgelegd omwille van therapeutische redenen. Uit de door de directie aangebrachte informatie blijkt dat het gaat om het opleggen van een individueel regime en dus om een uitsluiting van deelname aan gemeenschappelijke activiteiten.

De klachtencommissie wijst erop dat de uitsluiting van deelname aan gemeenschappelijke activiteiten zoals de gemeenschappelijke wandeling, enkel aan de directeur toekomt. Dergelijke uitsluiting kan immers enkel gebeuren op een tijdelijke en gemotiveerde wijze, via het opleggen van een voorlopige maatregel (artikel 145 §1 Basiswet), een bijzondere veiligheidsmaatregel (artikel 112, §1, 2° Basiswet) of als bijzondere tuchtsanctie (artikel 133, 5° Basiswet). Al deze beslissingen behoren tot de bevoegdheid van de directeur. Hoewel met name een bijzondere veiligheidsmaatregel zeker op advies van de psychiater kan opgelegd worden, voorziet de Basiswet dus géén mogelijkheid tot uitsluiting van deelname aan gemeenschappelijke activiteiten op beslissing van een psychiater zoals in het voorliggend dossier, ook al zou dit om therapeutische redenen zijn en ook al zou deze werkwijze beschreven staan in een handelingsplan. Deze praktijk is onwettig.

In het voorliggend dossier was er geen sprake van een voorlopige maatregel, bijzondere veiligheidsmaatregel of tuchtbeslissing die ten grondslag lag aan de uitsluiting van deelname aan gemeenschappelijke activiteiten. De beslissing werd dan ook zonder wettelijke grondslag en in strijd met artikel 79, §2 Basiswet genomen door iemand die hiervoor niet bevoegd is en dit zonder dat klager er een schriftelijke beslissing van ontving. Om deze redenen is de klacht gegrond. De klachtencommissie kent géén tegemoetkoming toe aangezien klager aangaf dit via de burgerlijke rechtbank te zullen vorderen.