Ga verder naar de inhoud

KC25/23-0008

Gegrond KC - Oudenaarde Klachtencommissie Tucht
TUCHT - KWALIFICATIE

Klager kreeg in voorliggende zaak een tuchtsanctie van 7 dagen verbod om deel te nemen aan activiteiten in gemeenschappelijk verband georganiseerd door de Vlaamse Gemeenschap omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan:
- de opzettelijke aantasting van de orde
- het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden
- het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen
- het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel

Het rapport aan de directeur is duidelijk en werd door een getuige ondertekend. Klager brengt geen elementen aan die doen twijfelen aan het rapport. Klager stelt in zijn klacht dat zijn getuigen niet gehoord werden en de camerabeelden niet bekeken zijn. De klachtencommissie merkt ook op dat klager tijdens de tuchtzitting niet gevraagd heeft om de beelden te bekijken.
De klachtencommissie acht het rapport aan de directeur voldoende duidelijk. Dit werd ook door een getuige bevestigd waardoor het bevragen van de getuigen en het bekijken van de beelden niet noodzakelijk was.

In de motivering van de tuchtbeslissing werd echter niet vermeld welke bepaling van het huishoudelijk reglement werd geschonden. Een gedetineerde moet nochtans kunnen begrijpen welke motieven de keuze en de maat van de sanctie hebben bepaald. Deze tuchtrechtelijke inbreuk
kan bovendien enkel aan de gedetineerde ten laste worden gelegd als de overtreden ‘regel’ een regel betreft die ook daadwerkelijk een schriftelijke neerslag vindt in het huishoudelijk reglement.
Deze tuchtinbreuk kan niet dienen als een soort van vangnetbepaling. Anders oordelen zou immers
strijdig zijn met het principe dat een gedetineerde tuchtrechtelijk niet gestraft mag worden voor andere inbreuken dan omschreven door de Basiswet.
De klachtencommissie acht deze tuchtinbreuk niet bewezen en vernietigt deze kwalificatie.

De klacht is gedeeltelijk gegrond.