KC25/25-0050
Ongegrond
Onontvankelijk
KC - Oudenaarde
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Geen beslissing directeur
FOUILLE KLEDIJ - GEEN BESLISSING DIRECTEUR
De klacht is ten eerste gericht tegen een fouillering aan de kledij. Een dergelijke fouillering kan onder meer plaatsvinden bij interne bewegingen. Dit was hier het geval, nu klager terugkwam van zijn videocall. De Basiswet stelt voor het overige geen vereisten om te kunnen overgaan tot een fouillering aan de kledij. De beslissing is wettig en niet onredelijk of onbillijk. Klager klaagt verder ook over de uitvoering van deze fouillering, met name wenste hij dat hij gefouilleerd werd door iemand van hetzelfde geslacht. De Basiswet noch de collectieve brief nr. 141 schrijven voor dat de fouillering aan de kledij moet uitgevoerd worden door een beambte van hetzelfde geslacht. De klachtencommissie ziet geen enkele reden om aan te nemen dat de fouillering aan de kledij niet correct werd uitgevoerd. De klacht tegen de fouillering aan de kledij is ongegrond.
De klacht is ten tweede gericht tegen het rapport aan de directeur (RAD). De rapporten aan de directeur betreffen echter louter de melding van bepaalde feitelijke vaststellingen van beambten aan de directeur. Dit is nog geen beslissing van de directeur als dusdanig, waardoor de klacht hiertegen niet binnen de bevoegdheid van de klachtencommissie valt. Op het moment van de klacht was er ook nog geen tuchtbeslissing genomen, zodat de klacht voorbarig is voor zover deze gericht is tegen de tuchtbeslissing die volgde op het RAD. De klacht tegen het RAD en de hierop volgende tuchtprocedure is niet-ontvankelijk.
De klacht is ten eerste gericht tegen een fouillering aan de kledij. Een dergelijke fouillering kan onder meer plaatsvinden bij interne bewegingen. Dit was hier het geval, nu klager terugkwam van zijn videocall. De Basiswet stelt voor het overige geen vereisten om te kunnen overgaan tot een fouillering aan de kledij. De beslissing is wettig en niet onredelijk of onbillijk. Klager klaagt verder ook over de uitvoering van deze fouillering, met name wenste hij dat hij gefouilleerd werd door iemand van hetzelfde geslacht. De Basiswet noch de collectieve brief nr. 141 schrijven voor dat de fouillering aan de kledij moet uitgevoerd worden door een beambte van hetzelfde geslacht. De klachtencommissie ziet geen enkele reden om aan te nemen dat de fouillering aan de kledij niet correct werd uitgevoerd. De klacht tegen de fouillering aan de kledij is ongegrond.
De klacht is ten tweede gericht tegen het rapport aan de directeur (RAD). De rapporten aan de directeur betreffen echter louter de melding van bepaalde feitelijke vaststellingen van beambten aan de directeur. Dit is nog geen beslissing van de directeur als dusdanig, waardoor de klacht hiertegen niet binnen de bevoegdheid van de klachtencommissie valt. Op het moment van de klacht was er ook nog geen tuchtbeslissing genomen, zodat de klacht voorbarig is voor zover deze gericht is tegen de tuchtbeslissing die volgde op het RAD. De klacht tegen het RAD en de hierop volgende tuchtprocedure is niet-ontvankelijk.