TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES
Volgens klager is de substantie die in zijn cel werd aangetroffen geen drugs maar medicatie.
De substantie werd onderzocht door de dienst Celops van het Directoraat–Generaal Penitentiaire Inrichtingen. De test gaf als resultaat "alarm 4-chloromethacathinone" aan. Volgens het testrapport betreft dit een drug waarvoor geen aanvaard medicinaal gebruik bestaat.
Klager verklaarde dat het volgens hem om Piroxicam ging dat hij tijdens de wandeling van een andere gedetineerde had gekregen. De klachtencommissie treedt de directie bij waar zij oordeelt dat klager door het in ontvangst nemen van substanties van een andere gedetineerde bewust het risico nam dat het om een verboden substantie kon gaan.
De directie weerlegde de verklaring van de klager door te stellen dat dat Piroxicam een ontstekingsremmer is terwijl klager reeds beschikte over een voorraad Ibuprofen, dat de pillen niet afkomstig waren van de medische dienst maar van een medegedetineerde, dat zij verborgen zaten in een chocopot en in kleinere stukken waren verkruimeld, en dat een test uitwees dat het om harddrugs ging.
Op basis van deze gegevens kon de directie redelijkerwijze besluiten dat klager een verboden substantie in zijn bezit had.
De klacht is ongegrond.
Volgens klager is de substantie die in zijn cel werd aangetroffen geen drugs maar medicatie.
De substantie werd onderzocht door de dienst Celops van het Directoraat–Generaal Penitentiaire Inrichtingen. De test gaf als resultaat "alarm 4-chloromethacathinone" aan. Volgens het testrapport betreft dit een drug waarvoor geen aanvaard medicinaal gebruik bestaat.
Klager verklaarde dat het volgens hem om Piroxicam ging dat hij tijdens de wandeling van een andere gedetineerde had gekregen. De klachtencommissie treedt de directie bij waar zij oordeelt dat klager door het in ontvangst nemen van substanties van een andere gedetineerde bewust het risico nam dat het om een verboden substantie kon gaan.
De directie weerlegde de verklaring van de klager door te stellen dat dat Piroxicam een ontstekingsremmer is terwijl klager reeds beschikte over een voorraad Ibuprofen, dat de pillen niet afkomstig waren van de medische dienst maar van een medegedetineerde, dat zij verborgen zaten in een chocopot en in kleinere stukken waren verkruimeld, en dat een test uitwees dat het om harddrugs ging.
Op basis van deze gegevens kon de directie redelijkerwijze besluiten dat klager een verboden substantie in zijn bezit had.
De klacht is ongegrond.