KC27/23-0014
Ongegrond
KC - Ruiselede
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
ARBEID - ONTSLAG - VERTROUWENSFUNCTIE
Klager werd afgezet van zijn werk in een vertrouwensfunctie in de vestiaire / wasserij op basis van het gegeven dat er bij een controle van de chambrette en het douchekastje van klager meerdere kledingstukken werden gevonden die hetzij niet gelabeld waren, hetzij gelabeld waren op een andere naam, hetzij door middel van een permanente marker manueel gemerkt werden met de initialen van klager, wat niet de correcte manier van labelen is.
Klager ontkent niet dat de zaken inderdaad in zijn persoonlijk kastje lagen. De werkbroek had hij geleend van een andere gedetineerde. Tijdens de hoorzitting van de klachtencommissie werd duidelijk dat klager wel degelijk op de hoogte was dat dit eigenlijk niet gebruikelijk is en zelfs iets is dat normaal gezien in de gevangenis niet mag. Hij ontkent ook niet dat hij in bepaalde werkt-shirts een “W” zette alsook vermeldingen als “K1” en “K2” in bepaalde T-shirts afkomstig uit de keuken.
De klachtencommissie twijfelt op zich niet aan de goede intenties van klager, maar het was niet aan hem om op eigen houtje van de regels af te wijken en zelf regels te bepalen. Hij heeft hierdoor zijn (werk)positie ingevuld op een wijze die hem niet toekwam. Gezien hij specifiek in de vestiaire in een vertrouwensfunctie werkte, was hij duidelijk op de hoogte van de correcte manier van het labelen van kledij. Gezien klager besloot om van deze manier af te wijken alsook zonder toelating van de directie kledij van andere gedetineerden leende, kon de directie naar het oordeel van de klachtencommissie dan ook wel degelijk besluiten dat klager hiermee het noodzakelijke vertrouwen voor het uitoefenen van de functie in de vestiaire / wasserij geschonden had. De uitsluiting van de vertrouwensfunctie in de vestiaire / wasserij staat de aanvraag van ander werk (al dan niet in een vertrouwensfunctie) niet in de weg.
De klachtencommissie acht het ontslag van klager niet onwettig, onredelijk of onevenredig. De klacht is ongegrond.
Klager werd afgezet van zijn werk in een vertrouwensfunctie in de vestiaire / wasserij op basis van het gegeven dat er bij een controle van de chambrette en het douchekastje van klager meerdere kledingstukken werden gevonden die hetzij niet gelabeld waren, hetzij gelabeld waren op een andere naam, hetzij door middel van een permanente marker manueel gemerkt werden met de initialen van klager, wat niet de correcte manier van labelen is.
Klager ontkent niet dat de zaken inderdaad in zijn persoonlijk kastje lagen. De werkbroek had hij geleend van een andere gedetineerde. Tijdens de hoorzitting van de klachtencommissie werd duidelijk dat klager wel degelijk op de hoogte was dat dit eigenlijk niet gebruikelijk is en zelfs iets is dat normaal gezien in de gevangenis niet mag. Hij ontkent ook niet dat hij in bepaalde werkt-shirts een “W” zette alsook vermeldingen als “K1” en “K2” in bepaalde T-shirts afkomstig uit de keuken.
De klachtencommissie twijfelt op zich niet aan de goede intenties van klager, maar het was niet aan hem om op eigen houtje van de regels af te wijken en zelf regels te bepalen. Hij heeft hierdoor zijn (werk)positie ingevuld op een wijze die hem niet toekwam. Gezien hij specifiek in de vestiaire in een vertrouwensfunctie werkte, was hij duidelijk op de hoogte van de correcte manier van het labelen van kledij. Gezien klager besloot om van deze manier af te wijken alsook zonder toelating van de directie kledij van andere gedetineerden leende, kon de directie naar het oordeel van de klachtencommissie dan ook wel degelijk besluiten dat klager hiermee het noodzakelijke vertrouwen voor het uitoefenen van de functie in de vestiaire / wasserij geschonden had. De uitsluiting van de vertrouwensfunctie in de vestiaire / wasserij staat de aanvraag van ander werk (al dan niet in een vertrouwensfunctie) niet in de weg.
De klachtencommissie acht het ontslag van klager niet onwettig, onredelijk of onevenredig. De klacht is ongegrond.