KC27/24-0018
Onontvankelijk
KC - Ruiselede
Klachtencommissie
Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING VAN DE DIRECTEUR - BEVOEDGHEID - MEDIA
De klacht gaat over de vermeende niet-naleving van het EVRM, mensenrechten, artikel 29 van de ambtenarenwet en de wettelijke bescherming voor klokkenluiders in de gevangenis.
Noch in zijn schriftelijke klacht, noch tijdens de hoorzitting van de klachtencommissie verwijst klager naar een beslissing van de directie van een bepaalde datum. De klachtencommissie heeft klager in de mogelijkheid gesteld zijn klacht verder toe te lichten tijdens een hoorzitting en te verduidelijken over welke beslissing van de directie hij juist klacht beoogde in te dienen, dan wel over welk aspect van de klacht de directie weigerde of verzuimde een beslissing te nemen. Klager slaagde er tijdens de zitting echter niet in te verwijzen naar een specifieke beslissing van de directie die ten aanzien van hem werd genomen.
Pas tijdens de hoorzitting van de klachtencommissie werpt klager op dat hij in feite zijn computer zou willen kunnen binnen brengen in de gevangenis om zo stukken neer te leggen in een bepaalde gerechtelijke procedure. Klager diende echter geen klacht in over het niet mogen binnenbrengen van een computer, noch toont hij aan dat hij hiertoe een verzoek indiende bij de directie en dat de directie dit weigerde. Klager maakt ook niet aannemelijk dat de gevangenisdirectie hem zou verhinderen bepaalde stukken in een gerechtelijke procedure neer te leggen.
Hij kan contact opnemen met de politie en met zijn advocaat. De klacht is niet-ontvankelijk.
De klacht gaat over de vermeende niet-naleving van het EVRM, mensenrechten, artikel 29 van de ambtenarenwet en de wettelijke bescherming voor klokkenluiders in de gevangenis.
Noch in zijn schriftelijke klacht, noch tijdens de hoorzitting van de klachtencommissie verwijst klager naar een beslissing van de directie van een bepaalde datum. De klachtencommissie heeft klager in de mogelijkheid gesteld zijn klacht verder toe te lichten tijdens een hoorzitting en te verduidelijken over welke beslissing van de directie hij juist klacht beoogde in te dienen, dan wel over welk aspect van de klacht de directie weigerde of verzuimde een beslissing te nemen. Klager slaagde er tijdens de zitting echter niet in te verwijzen naar een specifieke beslissing van de directie die ten aanzien van hem werd genomen.
Pas tijdens de hoorzitting van de klachtencommissie werpt klager op dat hij in feite zijn computer zou willen kunnen binnen brengen in de gevangenis om zo stukken neer te leggen in een bepaalde gerechtelijke procedure. Klager diende echter geen klacht in over het niet mogen binnenbrengen van een computer, noch toont hij aan dat hij hiertoe een verzoek indiende bij de directie en dat de directie dit weigerde. Klager maakt ook niet aannemelijk dat de gevangenisdirectie hem zou verhinderen bepaalde stukken in een gerechtelijke procedure neer te leggen.
Hij kan contact opnemen met de politie en met zijn advocaat. De klacht is niet-ontvankelijk.