KC27/26-0007
Ongegrond
Gegrond
Onontvankelijk
KC - Ruiselede
Klachtencommissie
Tucht
Geen beslissing directeur
TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK - UITVOERING - EXTERNE RECHTSPOSITIE
De klacht is ten eerste gericht tegen een tuchtbeslissing waarbij klager gesanctioneerd werd voor de tuchtinbreuken “het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken” en “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel”. Uit het RAD bleek dat klager bij terugkomst uit UV zijn gsm nog gebruikte terwijl hij aan de poort stond te wachten. Ondanks herhaalde vraag om de gsm uit te zetten, zou klager hiermee zijn doorgegaan. De feiten lijken duidelijk bewezen, klager geeft dit ook deels toe tijdens de hoorzitting.
Met betrekking tot de tuchtinbreuk “het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken” meent de klachtencommissie dat deze tuchtinbreuk niet van toepassing is in de voorliggende situatie. De klager kwam terug uit UV, terwijl gedetineerden tijdens UV in het bezit mogen zijn en gebruik mogen maken van hun gsm. Wanneer gedetineerden zich na een UV terug aanmelden in de gevangenis, kunnen zij hun gsm terug afgeven in de gevangenis, wat veronderstelt dat zij die gsm in die mate en om die reden ook terug kunnen binnenbrengen in de gevangenis. Het gegeven dat ook klager bij terugkomst uit UV in het bezit was van een gsm, zijnde een technologisch middel dat onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maakt, is op zich dus geen inbreuk op art. 129, 9° van de Basiswet. Hetzelfde geldt met betrekking tot het gebruik dat de klager nog maakte van zijn gsm bij het binnenkomen in de gevangenis, althans specifiek voor wat betreft een toepassing van art. 129, 9° van de Basiswet.
Het is volgens de klachtencommissie wel duidelijk bewezen dat klager zich schuldig maakte aan de tuchtinbreuk "het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel”.
De klacht is dan ook gedeeltelijk gegrond. Door de vernietiging van de tuchtinbreuk “het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken”, wordt klager enkel nog gesanctioneerd voor een tuchtinbreuk van de tweede categorie, waar hij oorspronkelijk ook gesanctioneerd werd voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie. Gelet op het feit dat klager oorspronkelijk 14 dagen kreeg waar de maximumsanctie 30 dagen bedroeg, zijnde dus de helft van het maximum, is de klachtencommissie van oordeel dat het passend is om de sanctie te matigen naar 7 dagen ATV, opnieuw de helft van het maximum.
Klager krijgt voor de onterecht uitgezeten dagen ATV een tegemoetkoming van €25 belwaarde.
De klacht is ten tweede gericht tegen de manier waarop deze sanctie werd uitgevoerd. Klager is het niet eens met het feit dat hij tijdens zijn ATV geen tv of dvd-speler ter beschikking had. De klachtencommissie meent echter dat de Basiswet geen recht geeft op een tv tijdens ATV. Uit het verweer van de directie blijkt dat gedetineerden in Ruiselede ook op hun chambrette geen tv hebben. Klager had ook geen dvd-speler gehuurd op het moment dat hij in ATV werd geplaatst. De klachtencommissie ziet dan ook geen reden waarom het onredelijk of onbillijk zou zijn dat klager geen tv of dvd-speler op de ATV-kamer had gedurende zijn sanctie. De klacht tegen de uitvoering van de tuchtsanctie is ongegrond.
De klacht is ten derde nog gericht tegen het feit dat enkele goedgekeurde UV's niet konden worden uitgevoerd. Dit kadert binnen de "externe rechtspositie" van klager, zodat de klachtencommissie niet bevoegd is. De klacht hiertegen is niet-ontvankelijk.
De klacht is ten eerste gericht tegen een tuchtbeslissing waarbij klager gesanctioneerd werd voor de tuchtinbreuken “het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken” en “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel”. Uit het RAD bleek dat klager bij terugkomst uit UV zijn gsm nog gebruikte terwijl hij aan de poort stond te wachten. Ondanks herhaalde vraag om de gsm uit te zetten, zou klager hiermee zijn doorgegaan. De feiten lijken duidelijk bewezen, klager geeft dit ook deels toe tijdens de hoorzitting.
Met betrekking tot de tuchtinbreuk “het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken” meent de klachtencommissie dat deze tuchtinbreuk niet van toepassing is in de voorliggende situatie. De klager kwam terug uit UV, terwijl gedetineerden tijdens UV in het bezit mogen zijn en gebruik mogen maken van hun gsm. Wanneer gedetineerden zich na een UV terug aanmelden in de gevangenis, kunnen zij hun gsm terug afgeven in de gevangenis, wat veronderstelt dat zij die gsm in die mate en om die reden ook terug kunnen binnenbrengen in de gevangenis. Het gegeven dat ook klager bij terugkomst uit UV in het bezit was van een gsm, zijnde een technologisch middel dat onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maakt, is op zich dus geen inbreuk op art. 129, 9° van de Basiswet. Hetzelfde geldt met betrekking tot het gebruik dat de klager nog maakte van zijn gsm bij het binnenkomen in de gevangenis, althans specifiek voor wat betreft een toepassing van art. 129, 9° van de Basiswet.
Het is volgens de klachtencommissie wel duidelijk bewezen dat klager zich schuldig maakte aan de tuchtinbreuk "het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel”.
De klacht is dan ook gedeeltelijk gegrond. Door de vernietiging van de tuchtinbreuk “het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken”, wordt klager enkel nog gesanctioneerd voor een tuchtinbreuk van de tweede categorie, waar hij oorspronkelijk ook gesanctioneerd werd voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie. Gelet op het feit dat klager oorspronkelijk 14 dagen kreeg waar de maximumsanctie 30 dagen bedroeg, zijnde dus de helft van het maximum, is de klachtencommissie van oordeel dat het passend is om de sanctie te matigen naar 7 dagen ATV, opnieuw de helft van het maximum.
Klager krijgt voor de onterecht uitgezeten dagen ATV een tegemoetkoming van €25 belwaarde.
De klacht is ten tweede gericht tegen de manier waarop deze sanctie werd uitgevoerd. Klager is het niet eens met het feit dat hij tijdens zijn ATV geen tv of dvd-speler ter beschikking had. De klachtencommissie meent echter dat de Basiswet geen recht geeft op een tv tijdens ATV. Uit het verweer van de directie blijkt dat gedetineerden in Ruiselede ook op hun chambrette geen tv hebben. Klager had ook geen dvd-speler gehuurd op het moment dat hij in ATV werd geplaatst. De klachtencommissie ziet dan ook geen reden waarom het onredelijk of onbillijk zou zijn dat klager geen tv of dvd-speler op de ATV-kamer had gedurende zijn sanctie. De klacht tegen de uitvoering van de tuchtsanctie is ongegrond.
De klacht is ten derde nog gericht tegen het feit dat enkele goedgekeurde UV's niet konden worden uitgevoerd. Dit kadert binnen de "externe rechtspositie" van klager, zodat de klachtencommissie niet bevoegd is. De klacht hiertegen is niet-ontvankelijk.