TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES
Het RAD van 16 oktober 2022 is gebaseerd op de vaststellingen van de dienstdoende PBA. Een andere PBA wordt vermeld als getuige van de feiten. Het rapport is duidelijk. Het personeelslid dat het rapport heeft opgesteld, vermeldt geen twijfel in het rapport. De directie achtte de feiten dus bewezen en kwalificeerde de feiten als volgt: het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substantie. De klachtencommissie acht ook het verweer van de directie voldoende gemotiveerd.
De klachtencommissie is eveneens van oordeel dat klager zowel in zijn klacht als op de zitting van de klachtencommissie geen concrete, noch overtuigende tegenindicaties heeft aangebracht waarom de vaststellingen van het personeel niet correct zouden zijn. Bovendien, zelfs indien de klachtencommissie aan klager het voordeel van de twijfel zou toekennen voor wat betreft de manier van verkrijgen van de substanties of de handel in verboden substanties, staat het bezit van verboden substanties onomstotelijk vast. De klachtencommissie besluit dan ook dat de tuchtinbreuk bewezen is en dat deze correct werd gekwalificeerd in de tuchtbeslissing.
Voor deze tuchtinbreuk van eerste categorie heeft de directeur een algemene tuchtsanctie opgelegd van 20 dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie kan maximaal 30 dagen ATV opgelegd worden, wat voor de klachtencommissie voorkomt als een redelijke en billijke sanctie. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
Het RAD van 16 oktober 2022 is gebaseerd op de vaststellingen van de dienstdoende PBA. Een andere PBA wordt vermeld als getuige van de feiten. Het rapport is duidelijk. Het personeelslid dat het rapport heeft opgesteld, vermeldt geen twijfel in het rapport. De directie achtte de feiten dus bewezen en kwalificeerde de feiten als volgt: het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substantie. De klachtencommissie acht ook het verweer van de directie voldoende gemotiveerd.
De klachtencommissie is eveneens van oordeel dat klager zowel in zijn klacht als op de zitting van de klachtencommissie geen concrete, noch overtuigende tegenindicaties heeft aangebracht waarom de vaststellingen van het personeel niet correct zouden zijn. Bovendien, zelfs indien de klachtencommissie aan klager het voordeel van de twijfel zou toekennen voor wat betreft de manier van verkrijgen van de substanties of de handel in verboden substanties, staat het bezit van verboden substanties onomstotelijk vast. De klachtencommissie besluit dan ook dat de tuchtinbreuk bewezen is en dat deze correct werd gekwalificeerd in de tuchtbeslissing.
Voor deze tuchtinbreuk van eerste categorie heeft de directeur een algemene tuchtsanctie opgelegd van 20 dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie kan maximaal 30 dagen ATV opgelegd worden, wat voor de klachtencommissie voorkomt als een redelijke en billijke sanctie. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.