Ga verder naar de inhoud

KC32/22-0019

Gegrond KC - Turnhout Klachtencommissie Bijzondere veiligheidsmaatregel
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - MOTIVERING

De Klachtencommissie leest in de motivering van de BVM de elementen die te maken hebben met de noodzaak tot het opleggen van een BVM in het algemeen. De Klachtencommissie stelt vast dat er voldoende ernstige aanwijzingen zoals vereist door artikel 110 §1 van de Basiswet voorhanden waren. De beslissing is echter gebrekkig op de volgende punten:

(1) De opgelegde bijzondere veiligheidsmaatregelen worden niet individueel gemotiveerd. Doordat de bijzondere veiligheidsmaatregelen niet individueel gemotiveerd worden, is de motivering van de BVM in strijd met artikel 110 j° artikel 8 van de Basiswet in samenhang gelezen met de CB nr. 156.

(2) De directie legde alle mogelijke bijzondere maatregelen op, zonder per maatregel de concrete noodzakelijkheid af te toetsen. In haar verweer stelt de directie: “In de BVM werd de mogelijkheid opgenomen om betrokkene op een veiligheidscel te plaatsen. Dat is evenwel niet gebeurd. Betrokkene heeft gedurende de BVM steeds op een cel op sectie 4 verbleven, niet in een veiligheidscel.” Door de beslissing zodanig ruim te nemen dat alle opties aangevinkt werden zonder dat de concrete noodzakelijkheid getoetst werd, voldoet de beslissing niet aan de evenredigheidsvereisten van artikel 110 §1, tweede lid van de Basiswet.

(3) Inzake de uitsluiting van deelname aan gemeenschappelijke activiteiten gaat de directie veel verder dan hetgeen gebruikelijk is. De Collectieve brief nr. 156 van 14 augustus 2020 betreffende orde, veiligheid en gebruik van dwang (pagina 6) stelt immers dat de gedetineerde het recht behoudt om deel te nemen aan de in de gevangenis aangeboden activiteiten met betrekking tot eredienst, bezoek, etc. voor zover de uitoefening van deze rechten niet onverenigbaar is met de veiligheidsmaatregel. Aangezien er geen specifieke motivering voorhanden is voor deze maatregel is er uiteraard ook geen motivering voorhanden waaruit blijkt dat deze activiteiten onverenigbaar zijn met de veiligheidsmaatregel.

De klacht is gegrond. De beslissing van 27 februari 2022 wordt vernietigd. De directie moet binnen een termijn van 7 dagen een nieuwe beslissing nemen.