ORDEMAATREGEL - BEZOEK
In voorliggend dossier verantwoordt de directie de weigering van het ongestoord bezoek op basis van de feiten waarvan klager verdacht wordt, waardoor volgens de directie de veiligheid niet kan gegarandeerd worden. Klager is een verdachte, zodat het vermoeden van onschuld van toepassing is. Bovendien pleegde klager de vermeende feiten niet ten aanzien van de vrouw waarmee hij ongestoord bezoek aanvraagt, maar ten aanzien van zijn ex-partner. Volgens de klachtencommissie zegt de aard van de feiten waarvan hij verdacht wordt dan ook vooral iets over agressie ten aanzien van zijn ex-partner. Uit deze vermeende feiten kan volgens de klachtencommissie niet zonder meer een ‘gevaarlijke persoonlijkheid’ worden afgeleid die dan als contra-indicatie in de zin van artikel 59 §1, derde lid, 3° Basiswet kan gelden in het kader van een ongestoord bezoek van zijn vrouw. De klachtencommissie acht de beslissing om klager ongestoord bezoek van zijn vrouw te weigeren onredelijk. De klacht is gegrond. De beslissing tot weigering van ongestoord bezoek wordt vernietigd. De klachtencommissie beslist dat haar beslissing in de plaats treedt (artikel 158 §3, 2° Basiswet). Het ongestoord bezoek tussen klager en zijn vrouw wordt toegestaan.
In voorliggend dossier verantwoordt de directie de weigering van het ongestoord bezoek op basis van de feiten waarvan klager verdacht wordt, waardoor volgens de directie de veiligheid niet kan gegarandeerd worden. Klager is een verdachte, zodat het vermoeden van onschuld van toepassing is. Bovendien pleegde klager de vermeende feiten niet ten aanzien van de vrouw waarmee hij ongestoord bezoek aanvraagt, maar ten aanzien van zijn ex-partner. Volgens de klachtencommissie zegt de aard van de feiten waarvan hij verdacht wordt dan ook vooral iets over agressie ten aanzien van zijn ex-partner. Uit deze vermeende feiten kan volgens de klachtencommissie niet zonder meer een ‘gevaarlijke persoonlijkheid’ worden afgeleid die dan als contra-indicatie in de zin van artikel 59 §1, derde lid, 3° Basiswet kan gelden in het kader van een ongestoord bezoek van zijn vrouw. De klachtencommissie acht de beslissing om klager ongestoord bezoek van zijn vrouw te weigeren onredelijk. De klacht is gegrond. De beslissing tot weigering van ongestoord bezoek wordt vernietigd. De klachtencommissie beslist dat haar beslissing in de plaats treedt (artikel 158 §3, 2° Basiswet). Het ongestoord bezoek tussen klager en zijn vrouw wordt toegestaan.