TUCHT - MOTIVERING - CAMERABEELDEN - ZORGVULDIGHEIDSPLICHT
In het voorliggend dossier heeft de directeur zich voor het bewezen zijn van de feiten op verschillende elementen gebaseerd:
(1) De twee RAD’s van 4 oktober 2022.
(2) De camerabeelden: omdat het RAD over de vechtpartij op de wandeling geen uitsluitsel gaf over wie er echt gevochten heeft of wat de aanleiding was en men enkel kon vaststellen dat het T-shirt van klager gescheurd was en hij de jas van een medegedetineerde hierover had aangedaan, besloot de directie de camerabeelden te bekijken. Dit gebeurde ter tuchtzitting, in het bijzijn van klager, waardoor het recht op tegenspraak gegarandeerd werd.
(3) De erkenning van de feiten ter tuchtzitting door klager.
De klachtencommissie oordeelt dat de directie in het voorliggend dossier aan zorgvuldige feitenvinding deed en acht het redelijk dat de directie op basis van de bovenstaande elementen de beide voorvallen kwalificeerde als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet) en deze inbreuken aan klager toerekende. De opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet) is een inbreuk van de eerste categorie. In geval van een inbreuk van de eerste categorie kan de afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte voor een maximumduur van 30 dagen opgelegd worden (artikel 132, 3° Basiswet). Klager kreeg 21 dagen ATV opgelegd. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en gelet op de aard van de inbreuken, redelijk. De klacht is ongegrond.
In het voorliggend dossier heeft de directeur zich voor het bewezen zijn van de feiten op verschillende elementen gebaseerd:
(1) De twee RAD’s van 4 oktober 2022.
(2) De camerabeelden: omdat het RAD over de vechtpartij op de wandeling geen uitsluitsel gaf over wie er echt gevochten heeft of wat de aanleiding was en men enkel kon vaststellen dat het T-shirt van klager gescheurd was en hij de jas van een medegedetineerde hierover had aangedaan, besloot de directie de camerabeelden te bekijken. Dit gebeurde ter tuchtzitting, in het bijzijn van klager, waardoor het recht op tegenspraak gegarandeerd werd.
(3) De erkenning van de feiten ter tuchtzitting door klager.
De klachtencommissie oordeelt dat de directie in het voorliggend dossier aan zorgvuldige feitenvinding deed en acht het redelijk dat de directie op basis van de bovenstaande elementen de beide voorvallen kwalificeerde als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet) en deze inbreuken aan klager toerekende. De opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet) is een inbreuk van de eerste categorie. In geval van een inbreuk van de eerste categorie kan de afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte voor een maximumduur van 30 dagen opgelegd worden (artikel 132, 3° Basiswet). Klager kreeg 21 dagen ATV opgelegd. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en gelet op de aard van de inbreuken, redelijk. De klacht is ongegrond.