KC32/22-0130
Ongegrond
Onontvankelijk
KC - Turnhout
Klachtencommissie
Bijzondere veiligheidsmaatregel
Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - MOTIVERING
Een klacht over het gedrag van een personeelslid tijdens de uitvoering van de tuchtsanctie behoort niet tot het toepassingsgebied van het beklagrecht. Het betreft immers géén beslissing genomen door of namens de directeur ten aanzien van klager. De klacht is niet-ontvankelijk.
Ook de feitelijke omstandigheid dat klager naar eigen zeggen slechts één keer heeft mogen douchen tijdens de uitvoering van de tuchtsanctie is, hoewel zeer betreurenswaardig, géén beslissing door of namens de directeur ten aanzien van klager. De klacht is niet-ontvankelijk.
De directie verwijst in de beslissing tot BVM uitvoerig naar de feiten die aanleiding gaven tot de tuchtbeslissing die voorafging aan de BVM evenals het gedrag van klager tijdens de uitvoering van de tuchtsanctie in de strafcel. Deze elementen zijn essentieel in de motivering omdat ze verantwoorden waarom de directie na afloop van de tuchtsanctie van oordeel was dat er een noodzaak bestond tot het opleggen van een BVM. De directie kon hier conform artikel 111 §3 Basiswet toe beslissen en motiveerde dit afdoende. De ernstige aanwijzingen van een gevaar voor de orde en de veiligheid worden eveneens afdoende omschreven (artikel 110 j° artikel 8 Basiswet). De afzonderlijke maatregelen van het ontnemen of onthouden van voorwerpen (artikel 112 §1, 1° Basiswet), de uitsluiting van deelname aan bepaalde gemeenschappelijke of individuele activiteiten (artikel 112 §1, 2° Basiswet) en de onderbrenging in een beveiligde cel zonder voorwerpen waarvan het gebruik gevaarlijk kan zijn (artikel 112 §1, 5° Basiswet) worden gemotiveerd naar noodzaak, evenredigheid en doeltreffendheid (artikel 110 j° artikel 8 Basiswet). De beslissing tot BVM voldoet aan de vereisten van artikel 110 j° artikel 8 Basiswet.
De klachtencommissie stelt tot slot wel vast dat de beperking van bezoek tot glasbezoek, niet behoort tot de mogelijkheden zoals voorzien door artikel 112 Basiswet. De directie bracht het glasbezoek bijkomend onder de noemer van de maatregel van uitsluiting van deelname aan bepaalde gemeenschappelijke of individuele activiteiten (artikel 112 §1, 2° Basiswet), doch beperkingen op het bezoek horen hier niet onder thuis. Het opleggen van glasbezoek, zij het dan bij wijze van ordemaatregel, kan enkel indien voldaan is aan de voorwaarden van artikel 60 §3 Basiswet. De directie verwijst in de BVM naar deze bepaling uit de Basiswet, waardoor deze passage eigenlijk een afzonderlijke ordemaatregel uitmaakt, die vormelijk van de BVM had moeten afgescheiden worden. De ordemaatregel tot opleggen van glasbezoek kan op zichzelf wél blijven bestaan, aangezien aan de voorwaarde van artikel 60 §3, 1° Basiswet voldaan is. De klachtencommissie meent dan ook niet dat deze vormelijke fout (waarbij de ordemaatregel mee opgenomen werd in de BVM) van die aard is om tot vernietiging van de rest van de BVM te besluiten, nu deze immers voldoet aan de vereisten van wettelijkheid en redelijkheid. De klacht is ongegrond.
Een klacht over het gedrag van een personeelslid tijdens de uitvoering van de tuchtsanctie behoort niet tot het toepassingsgebied van het beklagrecht. Het betreft immers géén beslissing genomen door of namens de directeur ten aanzien van klager. De klacht is niet-ontvankelijk.
Ook de feitelijke omstandigheid dat klager naar eigen zeggen slechts één keer heeft mogen douchen tijdens de uitvoering van de tuchtsanctie is, hoewel zeer betreurenswaardig, géén beslissing door of namens de directeur ten aanzien van klager. De klacht is niet-ontvankelijk.
De directie verwijst in de beslissing tot BVM uitvoerig naar de feiten die aanleiding gaven tot de tuchtbeslissing die voorafging aan de BVM evenals het gedrag van klager tijdens de uitvoering van de tuchtsanctie in de strafcel. Deze elementen zijn essentieel in de motivering omdat ze verantwoorden waarom de directie na afloop van de tuchtsanctie van oordeel was dat er een noodzaak bestond tot het opleggen van een BVM. De directie kon hier conform artikel 111 §3 Basiswet toe beslissen en motiveerde dit afdoende. De ernstige aanwijzingen van een gevaar voor de orde en de veiligheid worden eveneens afdoende omschreven (artikel 110 j° artikel 8 Basiswet). De afzonderlijke maatregelen van het ontnemen of onthouden van voorwerpen (artikel 112 §1, 1° Basiswet), de uitsluiting van deelname aan bepaalde gemeenschappelijke of individuele activiteiten (artikel 112 §1, 2° Basiswet) en de onderbrenging in een beveiligde cel zonder voorwerpen waarvan het gebruik gevaarlijk kan zijn (artikel 112 §1, 5° Basiswet) worden gemotiveerd naar noodzaak, evenredigheid en doeltreffendheid (artikel 110 j° artikel 8 Basiswet). De beslissing tot BVM voldoet aan de vereisten van artikel 110 j° artikel 8 Basiswet.
De klachtencommissie stelt tot slot wel vast dat de beperking van bezoek tot glasbezoek, niet behoort tot de mogelijkheden zoals voorzien door artikel 112 Basiswet. De directie bracht het glasbezoek bijkomend onder de noemer van de maatregel van uitsluiting van deelname aan bepaalde gemeenschappelijke of individuele activiteiten (artikel 112 §1, 2° Basiswet), doch beperkingen op het bezoek horen hier niet onder thuis. Het opleggen van glasbezoek, zij het dan bij wijze van ordemaatregel, kan enkel indien voldaan is aan de voorwaarden van artikel 60 §3 Basiswet. De directie verwijst in de BVM naar deze bepaling uit de Basiswet, waardoor deze passage eigenlijk een afzonderlijke ordemaatregel uitmaakt, die vormelijk van de BVM had moeten afgescheiden worden. De ordemaatregel tot opleggen van glasbezoek kan op zichzelf wél blijven bestaan, aangezien aan de voorwaarde van artikel 60 §3, 1° Basiswet voldaan is. De klachtencommissie meent dan ook niet dat deze vormelijke fout (waarbij de ordemaatregel mee opgenomen werd in de BVM) van die aard is om tot vernietiging van de rest van de BVM te besluiten, nu deze immers voldoet aan de vereisten van wettelijkheid en redelijkheid. De klacht is ongegrond.