TUCHT - GEÏNTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING - TEGEMOETKOMING
Klager ontkende de feiten ter tuchtzitting niet, maar gaf aan dat hij vond dat de feiten uitgelokt werden. De klachtencommissie vindt het redelijk dat de directie de feiten zoals opgenomen in het RAD bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten als de inbreuk van het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden (artikel 130, 1° Basiswet). De klachtencommissie acht die kwalificatie correct en voldoende gemotiveerd. De tweede component van artikel 144 §6 Basiswet, namelijk de vraag of de tuchtrechtelijke inbreuk ook aan de gedetineerde kan worden toegerekend, vraagt bijzondere aandacht indien de pleger van de inbreuk een geïnterneerde is. De directeur moet in de motivering de elementen opnemen op basis waarvan hij de geïnterneerde verantwoordelijk acht voor zijn daden. Dit wordt ook toegelicht in de communicatie van DG EPI d.d. 2 december 2022 over de tuchtprocedure ten aanzien van geïnterneerden:. In het voorliggend dossier motiveert de directie op geen enkele wijze waarom ze klager verantwoordelijk achtte voor de hem ten laste gelegde feiten. De motivering voldoet niet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd. Klager krijgt een tegemoetkoming van één extra videobezoek.
Klager ontkende de feiten ter tuchtzitting niet, maar gaf aan dat hij vond dat de feiten uitgelokt werden. De klachtencommissie vindt het redelijk dat de directie de feiten zoals opgenomen in het RAD bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten als de inbreuk van het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden (artikel 130, 1° Basiswet). De klachtencommissie acht die kwalificatie correct en voldoende gemotiveerd. De tweede component van artikel 144 §6 Basiswet, namelijk de vraag of de tuchtrechtelijke inbreuk ook aan de gedetineerde kan worden toegerekend, vraagt bijzondere aandacht indien de pleger van de inbreuk een geïnterneerde is. De directeur moet in de motivering de elementen opnemen op basis waarvan hij de geïnterneerde verantwoordelijk acht voor zijn daden. Dit wordt ook toegelicht in de communicatie van DG EPI d.d. 2 december 2022 over de tuchtprocedure ten aanzien van geïnterneerden:. In het voorliggend dossier motiveert de directie op geen enkele wijze waarom ze klager verantwoordelijk achtte voor de hem ten laste gelegde feiten. De motivering voldoet niet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd. Klager krijgt een tegemoetkoming van één extra videobezoek.