TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK - MOTIVERING - SANCTIE
De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie voor het bewezen zijn van de feiten voortging op het (zeer gedetailleerde) RAD. Het RAD handelt enerzijds over het gebruik van een GSM en anderzijds over bedreigende uitspraken ten aanzien van de opsteller van het RAD.
In het voorliggend dossier rijzen er volgens de klachtencommissie twee onduidelijkheden:
1) Het is onvoldoende duidelijk voor welke feiten klager uiteindelijk bestraft werd (enkel gebruik van de GSM of ook bedreigingen, dit wegens discrepantie tussen mondelinge uitspraak en schriftelijke motivering).
2) Het is onvoldoende duidelijk welke kwalificatie de directie aan deze feiten gaf, en dus voor welke inbreuk klager bestraft werd (wegens foute aankruising in tabel en discrepantie tussen mondelinge uitspraak en de schriftelijke motivering).
Er is immers een discrepantie tussen:
- de uitspraak ter tuchtzitting: “Dir: Ik geef je 20d ATV voor het gebruik van een GSM.”;
- de tuchtbeslissing (tabel): 20 dagen ATV voor het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet);
- de tuchtbeslissing (motivering): “Betrokkene maakt zich schuldig aan: Betrokkene werd betrapt op het gebruik van een gsm. De opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen of de dreiging daarmee. (…)”;
- het schriftelijk verweer dat enkel handelt over het bezit van een GSM.
De klachtencommissie gaat ervan uit dat het aankruisen (tabel) van de inbreuk van het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet) op een onzorgvuldigheid berust, nu het huishoudelijk reglement nooit ter sprake kwam. Afgaande op de motivering meent de klachtencommissie dat de directie klager heeft willen sanctioneren voor twee inbreuken van de eerste categorie, namelijk:
- de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 2° Basiswet) en
- het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken (artikel 129, 9° Basiswet).
De tuchtbeslissing is echter uitvoerbaar zodra zij mondeling ter kennis van de gedetineerde is gebracht (artikel 144 §8 Basiswet). De klachtencommissie wijst er dan ook op dat de schriftelijke tuchtbeslissing, zelfs indien ze wél zorgvuldig zou zijn opgesteld volgens de hierboven omschreven veronderstelling (lees: met aankruising van de twee inbreuken), niet zou stroken met de uitspraak die de directie mondeling ter zitting deed. Ter zitting stelde de directie immers dat de sanctie van 20 dagen ATV (enkel) werd opgelegd voor het gebruik van de gsm (één inbreuk). Gelet op de onmiddellijke uitvoerbaarheid van de mondelinge uitspraak is het niet mogelijk deze uitspraak (lees: sanctie voor één inbreuk) nadien schriftelijk te verruimen (lees: sanctie voor twee inbreuken). De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd. De nog in uitvoering zijnde tuchtsanctie dient onmiddellijk te worden stopgezet.
De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie voor het bewezen zijn van de feiten voortging op het (zeer gedetailleerde) RAD. Het RAD handelt enerzijds over het gebruik van een GSM en anderzijds over bedreigende uitspraken ten aanzien van de opsteller van het RAD.
In het voorliggend dossier rijzen er volgens de klachtencommissie twee onduidelijkheden:
1) Het is onvoldoende duidelijk voor welke feiten klager uiteindelijk bestraft werd (enkel gebruik van de GSM of ook bedreigingen, dit wegens discrepantie tussen mondelinge uitspraak en schriftelijke motivering).
2) Het is onvoldoende duidelijk welke kwalificatie de directie aan deze feiten gaf, en dus voor welke inbreuk klager bestraft werd (wegens foute aankruising in tabel en discrepantie tussen mondelinge uitspraak en de schriftelijke motivering).
Er is immers een discrepantie tussen:
- de uitspraak ter tuchtzitting: “Dir: Ik geef je 20d ATV voor het gebruik van een GSM.”;
- de tuchtbeslissing (tabel): 20 dagen ATV voor het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet);
- de tuchtbeslissing (motivering): “Betrokkene maakt zich schuldig aan: Betrokkene werd betrapt op het gebruik van een gsm. De opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen of de dreiging daarmee. (…)”;
- het schriftelijk verweer dat enkel handelt over het bezit van een GSM.
De klachtencommissie gaat ervan uit dat het aankruisen (tabel) van de inbreuk van het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet) op een onzorgvuldigheid berust, nu het huishoudelijk reglement nooit ter sprake kwam. Afgaande op de motivering meent de klachtencommissie dat de directie klager heeft willen sanctioneren voor twee inbreuken van de eerste categorie, namelijk:
- de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 2° Basiswet) en
- het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken (artikel 129, 9° Basiswet).
De tuchtbeslissing is echter uitvoerbaar zodra zij mondeling ter kennis van de gedetineerde is gebracht (artikel 144 §8 Basiswet). De klachtencommissie wijst er dan ook op dat de schriftelijke tuchtbeslissing, zelfs indien ze wél zorgvuldig zou zijn opgesteld volgens de hierboven omschreven veronderstelling (lees: met aankruising van de twee inbreuken), niet zou stroken met de uitspraak die de directie mondeling ter zitting deed. Ter zitting stelde de directie immers dat de sanctie van 20 dagen ATV (enkel) werd opgelegd voor het gebruik van de gsm (één inbreuk). Gelet op de onmiddellijke uitvoerbaarheid van de mondelinge uitspraak is het niet mogelijk deze uitspraak (lees: sanctie voor één inbreuk) nadien schriftelijk te verruimen (lees: sanctie voor twee inbreuken). De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd. De nog in uitvoering zijnde tuchtsanctie dient onmiddellijk te worden stopgezet.