Ga verder naar de inhoud

KC32/23-0102

Ongegrond Gegrond KC - Turnhout Klachtencommissie Andere beslissing directeur Voorlopige maatregel
VOORLOPIGE MAATREGEL - CELMUTATIE

De directeur kan in afwachting van de tuchtprocedure beslissen tot het opleggen van één of meer voorlopige maatregelen in geval van ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid of indien door het aanzetten of voeren van collectieve acties de veiligheid in de gevangenis ernstig in gevaar wordt gebracht (artikel 145 §1, eerste lid Basiswet) of in geval van gevaar voor de orde of de veiligheid (artikel 145 §1, tweede lid Basiswet).

In het voorliggend dossier werden beide gronden aangekruist/ingevuld. Vervolgens werd er verwezen naar de fysieke agressie van klager ten aanzien van twee medegedetineerden. De klachtencommissie is van oordeel dat uit deze verwijzing voldoende blijkt dat er sprake was van een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid alsook een gevaar voor de orde of de veiligheid. Ze vindt het dan ook redelijk dat de directie op basis van deze feiten overging tot het opleggen van een voorlopige maatregel ten gevolge waarvan klager verplicht in de hem toegewezen verblijfsruimte moest verblijven en uitgesloten werd van deelname aan activiteiten. De klacht is ongegrond.

De celmutatie van klager werd ingegeven door de feiten die aanleiding gaven tot de voorlopige maatregel van 31 mei 2023, en waarvoor hij bij tuchtbeslissing van 2 juni 2023 vervolgens ook 30 dagen ATV ontving. De klachtencommissie wijst er nogmaals (KC32/22-0030) op dat het niet de bedoeling is dat voorafgaand aan een verplicht verblijf in de toegewezen verblijfsruimte een celmutatie wordt doorgevoerd. Het betreft immers geen verplicht verblijf in ‘een’ (eender welke door de directie op dat ogenblik opportuun geachte) toegewezen verblijfsruimte, maar een verblijf in ‘de’ (waar de gedetineerde zich op dat ogenblik bevindt) toegewezen verblijfsruimte, zoals bedoeld in artikel 41 van de Basiswet, waarbij hij in het bezit is van zijn voorwerpen, overeenkomstig artikel 45 van de Basiswet. Aangezien het een vechtpartij tussen twee gedetineerden van het vijfde betrof, kan de klachtencommissie in het voorliggend dossier begrijpen dat het opportuun werd geacht klager en zijn medegedetineerde ver uit elkaar te plaatsen.

De klachtencommissie stelt vast dat klager in zijn klacht ook aanvoert dat hem weer ‘beperkingen’ zijn opgelegd. De klachtencommissie kaartte in het verleden reeds meermaals de niet-wetsconforme aanpak op sectie 1 aan, waarbij gedetineerden vanuit een gedragsmatige aanpak op automatische wijze bepaalde voorwerpen ontzegd worden, zonder dat hiervoor geval per geval het regelgevend kader van een tuchtsanctie of een bijzondere veiligheidsmaatregel aangewend wordt (zie KC32/21-0014, KC32/21-0087, KC32/22-0030, KC32/22-0079). Ook in een dossier van klager werd eerder dit jaar nog in die zin uitspraak gedaan (KC32/23-0028).

De klachtencommissie acht de beslissing tot toewijzing van een andere verblijfsruimte, gelet op het incident dat zich voordeed, op zich niet onredelijk. De klachtencommissie acht de beslissing tot toewijzing van een verblijfsruimte op sectie 1, gelet op de onwettige beperkingen die hiermee automatisch gepaard gaan (en waarvan klager ook melding maakt), wél onredelijk. De klacht is gegrond.