KC32/23-0111
Gegrond
KC - Turnhout
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
KLACHTENPROCEDURE - SCHADE
Dossiers inzake schade aan voorwerpen van gedetineerden, zij het door beschadiging dan wel door verdwijning ervan, worden ingevolge Collectieve Brief nr. 133 van 12 oktober 2015 betreffende vergoeding van schade aan voorwerpen van gedetineerden toevertrouwd aan de Directie Juridische Ondersteuning (DJO) van het DG EPI. De gevangenisdirectie van de gevangenis waar de gedetineerde verblijft op het ogenblik van het voordoen van de schade neemt volgens de daarin beschreven procedure zelf géén beslissing omtrent de vergoeding van de schade, doch is wel gehouden tot samenstelling van een schadedossier. Volgens de klachtencommissie bestond er in hoofde van de directie een verplichting om een schadedossier op te stellen voor het vermiste parfumflesje. Aangezien de directie hier na herhaaldelijk schrijven van klager niet toe overging, meent de klachtencommissie dat er sprake is van een verzuim in hoofde van de directie. Aangezien uit het verweer van de directie blijkt dat ze meent de nodige stappen ondernomen te hebben tot het recupereren van het parfumflesje en de opstart van een schadedossier hier niet toe behoort (hoewel klager al veelvuldig heeft aangegeven schadeloos gesteld te willen worden), meent de klachtencommissie dat er inderdaad sprake is van een verzuim om een beslissing te nemen. De klacht is gegrond. Teneinde de gevolgen van haar verzuim ongedaan te maken is de directie gehouden tot de opstart van een schadedossier volgens de procedure zoals beschreven in CB nr. 133.
Klager beklaagt zich over het gegeven dat hij geen enkel afschrift kreeg van zijn gedeponeerde spullen. Volgens de klachtencommissie dient het niet afleveren van een ontvangstbewijs gekwalificeerd te worden als het verzuim om een beslissing te nemen door een dienst die van de penitentiaire inrichting deel uitmaakt en waarvoor de directie de verantwoordelijkheid draagt. De klacht is ontvankelijk. Klager beklaagt zich over het gegeven dat hij geen enkel afschrift kreeg van zijn gedeponeerde spullen. In haar schriftelijke informatie en opmerkingen weerlegt de directie deze bewering op geen enkele wijze. Volgens de klachtencommissie is het niet ongeloofwaardig dat hetgeen klager aanvoert met de waarheid strookt. De dienst van de penitentiaire inrichting bevoegd voor het bewaren van gedeponeerde spullen en het verstrekken van ontvangstbewijs kwam hierdoor haar verplichting niet na. De klacht is gegrond. Teneinde de gevolgen van haar verzuim ongedaan te maken dient de directie alle individuele ontvangstbewijzen of de volledige inventaris van bewaargeving over te maken.
Dossiers inzake schade aan voorwerpen van gedetineerden, zij het door beschadiging dan wel door verdwijning ervan, worden ingevolge Collectieve Brief nr. 133 van 12 oktober 2015 betreffende vergoeding van schade aan voorwerpen van gedetineerden toevertrouwd aan de Directie Juridische Ondersteuning (DJO) van het DG EPI. De gevangenisdirectie van de gevangenis waar de gedetineerde verblijft op het ogenblik van het voordoen van de schade neemt volgens de daarin beschreven procedure zelf géén beslissing omtrent de vergoeding van de schade, doch is wel gehouden tot samenstelling van een schadedossier. Volgens de klachtencommissie bestond er in hoofde van de directie een verplichting om een schadedossier op te stellen voor het vermiste parfumflesje. Aangezien de directie hier na herhaaldelijk schrijven van klager niet toe overging, meent de klachtencommissie dat er sprake is van een verzuim in hoofde van de directie. Aangezien uit het verweer van de directie blijkt dat ze meent de nodige stappen ondernomen te hebben tot het recupereren van het parfumflesje en de opstart van een schadedossier hier niet toe behoort (hoewel klager al veelvuldig heeft aangegeven schadeloos gesteld te willen worden), meent de klachtencommissie dat er inderdaad sprake is van een verzuim om een beslissing te nemen. De klacht is gegrond. Teneinde de gevolgen van haar verzuim ongedaan te maken is de directie gehouden tot de opstart van een schadedossier volgens de procedure zoals beschreven in CB nr. 133.
Klager beklaagt zich over het gegeven dat hij geen enkel afschrift kreeg van zijn gedeponeerde spullen. Volgens de klachtencommissie dient het niet afleveren van een ontvangstbewijs gekwalificeerd te worden als het verzuim om een beslissing te nemen door een dienst die van de penitentiaire inrichting deel uitmaakt en waarvoor de directie de verantwoordelijkheid draagt. De klacht is ontvankelijk. Klager beklaagt zich over het gegeven dat hij geen enkel afschrift kreeg van zijn gedeponeerde spullen. In haar schriftelijke informatie en opmerkingen weerlegt de directie deze bewering op geen enkele wijze. Volgens de klachtencommissie is het niet ongeloofwaardig dat hetgeen klager aanvoert met de waarheid strookt. De dienst van de penitentiaire inrichting bevoegd voor het bewaren van gedeponeerde spullen en het verstrekken van ontvangstbewijs kwam hierdoor haar verplichting niet na. De klacht is gegrond. Teneinde de gevolgen van haar verzuim ongedaan te maken dient de directie alle individuele ontvangstbewijzen of de volledige inventaris van bewaargeving over te maken.