Ga verder naar de inhoud

KC32/23-0141

Ongegrond KC - Turnhout Klachtencommissie Tucht Ordemaatregel
TUCHT - ORDEMAATREGEL - GEÏNTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING - ARBEID - ONTSLAG

De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten (manipuleren van de muur) bewezen achtte. Klager ontkent deze feiten niet, hij geeft er wel een verantwoording voor. De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke beschadiging of vernieling van andermans roerende of onroerende goederen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 3° Basiswet). De klachtencommissie acht de kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.

De directie acht klager (geïnterneerd) verantwoordelijk voor de hem ten laste gelegde feiten op basis van de volgende elementen:
(1) Het verweer tijdens de hoorzitting is helder en coherent. De klachtencommissie wijst erop dat de vraag of de geïnterneerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor de feiten, slaat op de vraag of de persoon op het moment van de feiten helder en bewust was, en dus over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en er bewust voor gekozen heeft de feiten te plegen. Met een verwijzing naar de toestand van klager op het ogenblik van de tuchtrechtelijke hoorzitting spreekt de directie zich niet uit over de toestand van klager op het ogenblik van de feiten. Dit element is dan ook niet afdoende.
(2) Het dagelijks gedrag en functioneren van klager toont aan dat hij zich bewust is van zijn daden/gedrag. Er kan volgens de klachtencommissie niet worden verwezen naar een schijnbaar constante toestand van toerekenbaarheid voor alle daden/gedrag binnen detentie, aangezien dit niet strookt met het statuut van internering. De klachtencommissie herinnert eraan dat in geval van een geïnterneerde de ontoerekenbaarheid het uitgangspunt is. Het komt aan de directie toe om te motiveren waarom ze deze specifieke feiten wél toerekenbaar acht. Dit element is dan ook niet afdoende.
(3) Uit het RAD blijkt dat betrokkene zeer coherent was op het moment van de gepleegde inbreuken/feiten. De klachtencommissie stelt vast dat de directie, door te verwijzen naar het RAD zich terecht uitspreekt over de toestand van klager op het moment van de feiten. De motivering vindt volgens de klachtencommissie voldoende ondersteuning in het RAD van 1 juli 2023. Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de feiten hierdoor afdoende gemotiveerd. De motivering voldoet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet. De klacht is ongegrond.

Klager werd bij beslissing van 1 juli 2023 ontslagen uit zijn functie als centrumdiender. De directie oordeelde dat klager niet langer geschikt was voor het uitoefenen van zijn job als centrumdiender omdat ze niet langer vertrouwen heeft in zijn persoon nadat hij de muur manipuleerde. De directie kon er volgens de klachtencommissie op basis van het meldingsverslag van 30 juni 2023 en de vaststellingen in het RAD van 1 juli 2023 genoegzaam vanuit gaan dat klager zich schuldig maakte aan manipulatie van de muur. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directeur door dit gedrag het vertrouwen in de persoon kwijt raakte en klager niet langer geschikt achtte voor de vertrouwensfunctie van centrumdiender. Volgens de klachtencommissie stelt de motivering van de ontslagbeslissing klager voldoende in staat om de reden van zijn ontslag te begrijpen. De ontslagbeslissing is dan ook wettelijk. De klachtencommissie acht de beslissing bovendien ook redelijk. De klacht is ongegrond.