Ga verder naar de inhoud

KC32/23-0160

Gegrond KC - Turnhout Klachtencommissie Tucht
TUCHT - GEÏNTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING

De directeur heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten hoofdzakelijk gebaseerd op de camerabeelden van het incident die ter tuchtzitting aan de tegenspraak van klager onderworpen werden, evenals de verklaringen die klager ter tuchtzitting aflegde. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten (slaan van een medegedetineerde) bewezen acht.

De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet). Klager voert aan dat hij uit zelfverdediging handelde. Gelet op hetgeen de directie in de motivering beschrijft, hetgeen een schijnbaar gecoördineerde aanval op een gedetineerde met bovendien zware fysieke impact uitmaakte, oordeelt de klachtencommissie dat de gedraging die klager stelde de grenzen van de zelfverdediging oversteeg. De klachtencommissie acht de kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.

De directie motiveerde dat ze klager verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten op basis van de volgende twee elementen:
(1) Het verweer tijdens de hoorzitting is helder en coherent. De klachtencommissie wijst er nogmaals op dat de vraag of de geïnterneerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor de feiten, slaat op de vraag of de persoon op het moment van de feiten helder en bewust was, en dus over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en er bewust voor gekozen heeft de feiten te plegen. Met een verwijzing naar de toestand van klager op het ogenblik van de tuchtrechtelijke hoorzitting spreekt de directie zich niet uit over de toestand van klager op het ogenblik van de feiten. Dit element is dan ook niet afdoende.
(2) Het dagelijks gedrag en functioneren van klager toont aan dat hij zich bewust is van zijn daden/gedrag. Er kan volgens de klachtencommissie niet worden verwezen naar een schijnbaar constante toestand van toerekenbaarheid voor alle daden/gedrag binnen detentie, aangezien dit niet strookt met het statuut van internering. De klachtencommissie herinnert eraan dat in geval van een geïnterneerde de ontoerekenbaarheid het uitgangspunt is. Het komt aan de directie toe om te motiveren waarom ze deze specifieke feiten wél toerekenbaar acht. Dit element is dan ook niet afdoende. Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de feiten niet afdoende gemotiveerd. De motivering voldoet niet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd.