Ga verder naar de inhoud

KC32/23-0165

Ongegrond Gegrond KC - Turnhout Klachtencommissie Andere beslissing directeur Tucht
TUCHT - GEÏNTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID - SANCTIE - CELMUTATIE

Klager bracht geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie voortging op de materiële vaststellingen in het RAD en de feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten als het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel (artikel 130, 3° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.

De directie motiveerde dat ze klager verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten op basis van het gegeven dat uit het RAD blijkt dat betrokkene zich op het moment van de feiten bewust was van zijn gedrag. De directie baseerde zich aldus op de heldere, coherente en redelijke reactie van klager op het moment van de feiten. De toerekenbaarheid van de feiten werd afdoende gemotiveerd in het licht van artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet.

Klager kreeg volgens de tuchtbeslissing 5 dagen ATV effectief + 5 dagen ATV voorwaardelijk. De klachtencommissie stelt op basis van het verslag van de tuchtzitting vast dat er mondeling schijnbaar een andere sanctie werd uitgesproken, nl. 10 dagen ATV effectief + 5 dagen ATV voorwaardelijk. Er is op het eerste zicht dan ook sprake van een discrepantie tussen de mondelinge uitspraak en de schriftelijke beslissing. Aangezien klager hierover niets aanvoert in zijn klacht en dus geenszins verward lijkt te zijn over de sanctie die hij diende te ondergaan acht de klachtencommissie het niet nodig om de wettelijkheid van de schriftelijke tuchtbeslissing op basis van dit punt in vraag te stellen. De klachtencommissie meent dat er wellicht sprake is van een onnauwkeurige notatie van hetgeen er werd uitgesproken dan wel dat de directrice hetgeen ze wou uitspreken (10 dagen ATV waarvan 5 dagen effectief) ongelukkig heeft geformuleerd. De klachtencommissie acht de sanctie van 5 dagen ATV effectief + 5 dagen ATV voorwaardelijk wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.

De beslissing om klager naar een andere cel te verhuizen vloeide voort uit multidisciplinair overleg tussen directie, psychiater, zorgteam en bewaking. Er gingen “incidenten” (niet gespecificeerd) aan vooraf. Uit het verweer van de directie blijkt dat het gaat om een overplaatsing naar een sectie én cel waar bepaalde beperkingen aan verbonden zijn (“cel met vandaalbestendig meubilair, maar geen strafcel. Na 2 dagen kon hij verhuizen naar een gewone cel op de eerste sectie”). Uit de klacht van klager leidt de klachtencommissie af dat klager het zelf aanvoelde als een opsluiting in de “strafcel”.

De klachtencommissie kaartte in het verleden reeds meermaals de niet-wetsconforme aanpak op sectie 1 aan, waarbij gedetineerden vanuit een gedragsmatige aanpak op automatische wijze bepaalde voorwerpen ontzegd worden, zonder dat hiervoor geval per geval het regelgevend kader van een tuchtsanctie of een bijzondere veiligheidsmaatregel wordt aangewend. De klachtencommissie acht de beslissing tot toewijzing van een andere verblijfsruimte, gelet op incidenten die zich voordeden en na multidisciplinair overleg, op zich niet onredelijk. De klachtencommissie acht de beslissing tot toewijzing van een verblijfsruimte op sectie 1, gelet op de onwettige beperkingen die hiermee automatisch gepaard gaan, wél onredelijk. De klacht is gegrond.