TUCHT - BEWIJS - MOTIVERING
In het voorliggend dossier heeft de directeur zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op een RAD waarin wordt beschreven hoe er vier DVD’s worden aangetroffen in de verblijfsruimte van klager, dit terwijl hij diezelfde dag (als enige uit zijn cel) in de bibliotheek was. Ter tuchtzitting geeft klager een alternatieve verklaring voor het gegeven dat hij deze vier DVD’s in zijn bezit had. Hij vond bij het opruimen van zijn cel een aantal DVD’s en is die dan in de bib gaan wisselen tegen een aantal andere DVD’s, volgens hem op aanraden van een personeelslid. De klachtencommissie leest in het RAD dat de celcontrole specifiek werd uitgevoerd met het oog op het opsporen van vier DVD’s, omdat men reeds een vermoeden had dat deze DVD’s diezelfde middag door betrokkene waren ontvreemd. Volgens de klachtencommissie gaat de redenering die de directie opbouwde om de feiten bewezen te achten en aan klager toe te rekenen de grenzen van de redelijkheid niet te buiten.
De directie kwalificeerde de feiten als de wederrechtelijke ontvreemding van goederen (artikel 129, 4° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.
Klager pleegde een inbreuk van de eerste categorie en kreeg hiervoor 5 dagen ATV. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.
In het voorliggend dossier heeft de directeur zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op een RAD waarin wordt beschreven hoe er vier DVD’s worden aangetroffen in de verblijfsruimte van klager, dit terwijl hij diezelfde dag (als enige uit zijn cel) in de bibliotheek was. Ter tuchtzitting geeft klager een alternatieve verklaring voor het gegeven dat hij deze vier DVD’s in zijn bezit had. Hij vond bij het opruimen van zijn cel een aantal DVD’s en is die dan in de bib gaan wisselen tegen een aantal andere DVD’s, volgens hem op aanraden van een personeelslid. De klachtencommissie leest in het RAD dat de celcontrole specifiek werd uitgevoerd met het oog op het opsporen van vier DVD’s, omdat men reeds een vermoeden had dat deze DVD’s diezelfde middag door betrokkene waren ontvreemd. Volgens de klachtencommissie gaat de redenering die de directie opbouwde om de feiten bewezen te achten en aan klager toe te rekenen de grenzen van de redelijkheid niet te buiten.
De directie kwalificeerde de feiten als de wederrechtelijke ontvreemding van goederen (artikel 129, 4° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.
Klager pleegde een inbreuk van de eerste categorie en kreeg hiervoor 5 dagen ATV. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.