Ga verder naar de inhoud

KC32/23-0214

Ongegrond Gegrond KC - Turnhout Klachtencommissie Tucht Fouille op het lichaam
FOUILLE LICHAAM - UITVOERING - TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - BEWIJS - KWALIFICATIE INBREUK

De klachtencommissie acht de motivering van de beslissing tot fouillering op het lichaam afdoende. De directie haalt individuele aanwijzingen aan en motiveert waarom het onderzoek aan de kledij niet volstaat. Dat de directrice op het ogenblik van het nemen van de beslissing niet fysiek aanwezig zou zijn geweest in de inrichting is volgens de klachtencommissie niet problematisch, omdat de opdracht tot een fouillering op het lichaam ook telefonisch kan worden gegeven. De directeur dient de beslissing uiterlijk 24u na het plaatsvinden van de fouillering aan de gedetineerde te bezorgen (artikel 108 §2 Basiswet). De klachtencommissie stelt vast dat de directrice de schriftelijke beslissing daags nadien ondertekende en dat de betekening ervan plaatsvond binnen de door de wet voorzien termijn. De klachtencommissie stelt hieromtrent dan ook geen onwettigheid vast. De klacht is ongegrond.

Klager voert aan dat hij meegenomen werd naar een lokaaltje zonder aparte verkleedruimte en dat hij geen handdoek ontving. De voorzitster van de klachtencommissie begaf zich fysiek naar het lokaal waar de fouillering op het lichaam plaatsvond, teneinde zich te vergewissen van de materiële omstandigheden. Uit dit plaatsbezoek bleek dat, in tegenstelling tot hetgeen klager aanvoert, het lokaal wel degelijk beschikt over een aparte verkleedruimte. Hoewel enigszins gedateerd qua inrichting, meent de voorzitster dat het lokaal aan de vereisten voldoet. Het lokaal kan volledig afgesloten worden met een deur. Er zijn handdoeken aanwezig in de kast. Men kan zich terugtrekken in het kleedhokje. Uit de algemene toelichting van het verloop van de procedure door een aanwezig personeelslid blijkt volgens de voorzitster dat de procedure zeer goed gekend is. Bij het verlaten van het aparte kleedhokje krijgt de gedetineerde steevast een van de voorziene handdoeken. De klachtencommissie ziet in het voorliggend dossier geen redenen om aan te nemen dat de procedure ten aanzien van klager niet correct gevolgd werd. De klacht is ongegrond.

Dat het gaat om handel van verboden substanties werd volgens de klachtencommissie onvoldoende bewezen en gemotiveerd, nu de motivering deels gebruik maakt van een element dat niet aan de nodige tegenspraak werd onderworpen (noch in het RAD, noch ter tuchtzitting was er sprake van het overgooien van een pakket) en deels verwijst naar vaststellingen door het personeel die niet zo duidelijk zijn als de motivering doet geloven. Volgens de klachtencommissie kon de directie op basis van het zeer summiere RAD, de resultaten van de fouillering op het lichaam en de schriftelijke erkenning van het bezit in hoofde van klager dus enkel besluiten tot het bezit van verboden substanties en het doorgeven van zaken. De feiten dienden dan ook gekwalificeerd te worden als de inbreuk van het bezit van verboden substanties (art. 129, 7° Basiswet) en het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet), een inbreuk van de tweede categorie. Klager kreeg de maximumsanctie van 30 dagen ATV voor zowel het bezit als handel van de verboden substanties. Ingevolge de noodzakelijke herkwalificatie kan er in hoofde van klager een inbreuk van de eerste categorie en een inbreuk van de tweede categorie weerhouden worden. Ook na herkwalificatie kan de sanctie van 30 dagen ATV behouden blijven. De klacht is gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing gedeeltelijk en stelt haar beslissing in de plaats.