Ga verder naar de inhoud

KC32/23-0215

Gegrond Tegemoetkoming KC - Turnhout Klachtencommissie Tucht
TUCHT - GEÏNTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING - SANCTIE - TEGEMOETKOMING

Volgens de klachtencommissie brengt klager geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van dat RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten van het deelnemen aan een gevecht als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet). De klachtencommissie acht de kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.

De directie motiveert dat ze klager verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten op basis van de volgende drie elementen:
(1) De problematiek van betrokkene is niet van die aard dat hij niet beseft dat fysieke agressie verboden is. De klachtencommissie wijst erop dat het gegeven dat klager weet dat een bepaalde gedraging een inbreuk uitmaakt, nog niet uitsluit dat hij zijn gedrag onvoldoende onder controle heeft om zich er ook van te onthouden.
(2) Het dagelijks gedrag en functioneren van klager toont aan dat hij zich bewust is van zijn daden/gedrag. Er kan volgens de klachtencommissie niet worden verwezen naar een schijnbaar constante toestand van toerekenbaarheid voor alle daden/gedrag binnen detentie, aangezien dit niet strookt met het statuut van internering. De klachtencommissie herinnert eraan dat in geval van een geïnterneerde de ontoerekenbaarheid het uitgangspunt is. Het komt aan de directie toe om te motiveren waarom ze deze specifieke feiten wél toerekenbaar acht. Dit element is dan ook niet afdoende.
(3) Het verweer tijdens de hoorzitting is helder en coherent. De klachtencommissie wijst er nogmaals op dat de vraag of de geïnterneerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor de feiten, slaat op de vraag of de persoon op het moment van de feiten helder en bewust was, en dus over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en er bewust voor gekozen heeft de feiten te plegen. Met een verwijzing naar de toestand van klager op het ogenblik van de tuchtrechtelijke hoorzitting spreekt de directie zich niet uit over de toestand van klager op het ogenblik van de feiten. Dit element is dan ook niet afdoende.
Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de feiten niet afdoende gemotiveerd. De motivering voldoet niet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet.

De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd. Klager krijgt als tegemoetkoming een extra wandeling.