Ga verder naar de inhoud

KC32/24-0006

Gegrond KC - Turnhout Klachtencommissie Tucht
TUCHT - GEÏNTERNEERDE - KWALIFICATIE INBREUK - SANCTIE

Volgens de klachtencommissie brengt klager geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van de RAD’s. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte.

De klachtencommissie acht de kwalificaties die de directie aan deze feiten geeft slechts gedeeltelijk correct. De feiten inzake de verbale uitlatingen na het probleem met het videobezoek kunnen inderdaad gekwalificeerd worden als het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden (artikel 130, 1° Basiswet). De stillegging van de werking ten gevolge van deze verbale uitlatingen kunnen volgens de klachtencommissie echter niet gekwalificeerd worden als de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit, doch wel als het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort (artikel 130, 7° Basiswet). Het vastgrijpen van de beambte bij de uitvoering van de fouille aan de kledij kan volgens de klachtencommissie niet gekwalificeerd worden als het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel (artikel 130, 3° Basiswet) nu nergens uit het RAD blijkt dat er ten aanzien van klager een aanmaning of bevel werd gegeven dat hij niet heeft gevolgd. Klager week wel af van de normale gang van zaken bij een fouille aan de kledij door de beambte fysiek vast te grijpen aan de pols en hem fysiek weg te duwen. Volgens de klachtencommissie dienden deze feiten gekwalificeerd te worden als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet). De klachtencommissie herkwalificeert de feiten als zodanig.

De directie motiveert dat ze klager (geïnterneerd) verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten, verwijzend naar hetgeen uit de RAD’s blijkt over de toestand van klager op het moment van de feiten. Klager is op het moment van de feiten telkens helder en coherent. Hij uit zijn frustratie wel op een ongepaste manier en gaat met zijn gedrag wel over de schreef. Volgens de klachtencommissie voldoet de motivering van de toerekenbaarheid van de feiten aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet.

Klager pleegde een inbreuk van de eerste categorie en twee inbreuken van de tweede categorie. Ook na de herkwalificatie door de klachtencommissie is dit het geval. Klager kreeg een sanctie van 7 dagen ATV voorwaardelijk gedurende drie maanden. De klachtencommissie acht deze sanctie, ook na herkwalificatie, wettelijk en redelijk.

De klacht is gegrond. De bestreden beslissing wordt vernietigd voor wat betreft de kwalificaties van de feiten. De klachtencommissie bepaalt dat haar uitspraak in de plaats treedt (artikel 158, §3, 2° Basiswet). Klager wordt gesanctioneerd voor de inbreuken van het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden (artikel 130, 1° Basiswet), het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort (artikel 130, 7° Basiswet) en de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° Basiswet). De opgelegde tuchtsanctie van 7 dagen ATV voorwaardelijk gedurende 3 maanden blijft behouden.