TUCHT - GEÏNTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING - TEGEMOETKOMING
De directie heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen in het RAD dat beschrijft hoe er een blokje bruine substantie wordt aangetroffen in een pakje sigaretten van klager. Ter tuchtzitting stelt klager dat hij hier niet van op de hoogte was. Hij heeft het pakje daags voordien van iemand anders gekregen. De directie acht dit verhaal niet geloofwaardig en motiveert in de tuchtbeslissing waarom ze deze mening is toegedaan. Volgens de klachtencommissie bracht klager geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte.
De directie kwalificeerde de feiten als het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties (artikel 129, 7° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.
De directie motiveert dat ze klager (geïnterneerd) verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten. De directie wijst erop hoe klager zich op het moment van (de ontdekking van) de feiten helder en bewust gedroeg. Ze stelt dat dit uit het RAD blijkt. De klachtencommissie stelt vast dat het RAD helemaal géén melding maakt van het gedrag van klager. De motivering inzake de toerekenbaarheid strookt dan ook niet met de schriftelijke stukken van het dossier.
De klacht is gegrond. De bestreden tuchtbeslissing wordt vernietigd. Klager krijgt als tegemoetkoming een extra gesprek met de zorg.
De directie heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen in het RAD dat beschrijft hoe er een blokje bruine substantie wordt aangetroffen in een pakje sigaretten van klager. Ter tuchtzitting stelt klager dat hij hier niet van op de hoogte was. Hij heeft het pakje daags voordien van iemand anders gekregen. De directie acht dit verhaal niet geloofwaardig en motiveert in de tuchtbeslissing waarom ze deze mening is toegedaan. Volgens de klachtencommissie bracht klager geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte.
De directie kwalificeerde de feiten als het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties (artikel 129, 7° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.
De directie motiveert dat ze klager (geïnterneerd) verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten. De directie wijst erop hoe klager zich op het moment van (de ontdekking van) de feiten helder en bewust gedroeg. Ze stelt dat dit uit het RAD blijkt. De klachtencommissie stelt vast dat het RAD helemaal géén melding maakt van het gedrag van klager. De motivering inzake de toerekenbaarheid strookt dan ook niet met de schriftelijke stukken van het dossier.
De klacht is gegrond. De bestreden tuchtbeslissing wordt vernietigd. Klager krijgt als tegemoetkoming een extra gesprek met de zorg.