KC32/24-0040
Onontvankelijk
KC - Turnhout
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - TELEFONIE - KLEDIJ - UITVOERING - KLACHTENCOMMISSIE
Klager beklaagt zich over het gegeven dat hij niet kan bellen naar de telefoonnummers 1207 en 106. In haar verweer stelt de directie dat ze deze storing heeft doorgegeven aan Telio. Volgens de klachtencommissie blijkt hieruit dan ook dat er geen beslissing door de directeur werd genomen teneinde klager te verhinderen deze nummers te bellen. Het betreft een technische storing. Aangezien de directie bovendien al stappen ondernam om het probleem te verhelpen, meent de klachtencommissie dat er ook niet kan besloten worden tot een verzuim in hoofde van de directie om klager zijn recht op informatie te waarborgen. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager komt nogmaals terug op de problematiek van de weggegooide kledij. Zoals de klachtencommissie in KC32/24-0039 al stelde, meent zij dat het voorwerp van de klacht in de meest ruime zin intussen voldoende uitgeput is. De klachtencommissie nam, gelinkt aan het voorwerp van “het weggooien van kledij” immers al twee beslissingen: over de noodzaak tot opstart van de procedure CB 133 (KC32/23-0220), waarbij klager in het gelijk werd gesteld en de directie werd opgedragen de procedure op te starten (hetgeen blijkens het verweer in het voorliggend dossier ook gebeurde) én over de beslissing van de directeur tot het weggooien van de kledij op zich (KC32/24-0018), waarbij klager in het gelijk werd gesteld en een tegemoetkoming kreeg toegekend. De klacht is niet-ontvankelijk. De klachtencommissie kan de klacht niet (opnieuw) inhoudelijk beoordelen.
Klager beklaagt zich over het gegeven dat de griffie maandelijks maximum 20 kopieën neemt. Uit het verweer van de directie blijkt dat dit maximum enkel betrekking heeft op kopieën van persoonlijke documenten. De kopieën die een gedetineerde nodig zou hebben in het kader van zijn strafdossier vallen hier niet onder. De klachtencommissie stelt vast dat klager zich beklaagt over een algemene regel die voor alle gedetineerden van vleugel AB van toepassing is. Hij beklaagt zich dan ook niet over een geïndividualiseerde beslissing in de zin van artikel 148 Basiswet. Bovendien meent de klachtencommissie ook niet dat de regeling die klager aanhaalt afbreuk doet aan een individueel recht dat klager aan een hogere rechtsnorm ontleent, waardoor de klacht alsnog ontvankelijk zou kunnen zijn. De klachtencommissie benadrukt dat de limitering van het aantal kopieën immers geen betrekking heeft op het strafdossier van klager en ook niet op afschriften die hij in het kader van de openbaarheid van bestuur kan bekomen. De klacht is niet-ontvankelijk. De klachtencommissie kan de klacht niet inhoudelijk beoordelen.
Klager beklaagt zich nogmaals over de niet-uitvoering van de beslissing in KC32/23-0208. Blijkens het rapportbriefje van de directie werd er wél een (weigerings)beslissing genomen inzake de door klager gevraagde compensatie voor slechte tv-ontvangst. Deze beslissing lijkt in elk geval nooit aan klager te zijn bezorgd, aangezien hij er achter vroeg. De klachtencommissie meent dan ook dat het voorwerp van de klacht onvoldoende verschilt van het voorwerp in KC32/24-0029. Het kernprobleem blijft immers de niet-uitvoering van KC32/23-0208. De beslissing van de klachtencommissie over de vijfde klacht in KC32/24-0029 blijft dan ook in het voorliggend dossier relevant. De klachtencommissie verwijst bijgevolg nogmaals (net zoals ze in KC32/24-0039 al deed) naar titel 3.5. van de beslissing in KC32/24-0029, waarin zij de klacht reeds gegrond verklaarde. De klacht is niet-ontvankelijk. De klachtencommissie kan de klacht niet opnieuw inhoudelijk beoordelen.
Klager beklaagt zich over het gegeven dat hij niet kan bellen naar de telefoonnummers 1207 en 106. In haar verweer stelt de directie dat ze deze storing heeft doorgegeven aan Telio. Volgens de klachtencommissie blijkt hieruit dan ook dat er geen beslissing door de directeur werd genomen teneinde klager te verhinderen deze nummers te bellen. Het betreft een technische storing. Aangezien de directie bovendien al stappen ondernam om het probleem te verhelpen, meent de klachtencommissie dat er ook niet kan besloten worden tot een verzuim in hoofde van de directie om klager zijn recht op informatie te waarborgen. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager komt nogmaals terug op de problematiek van de weggegooide kledij. Zoals de klachtencommissie in KC32/24-0039 al stelde, meent zij dat het voorwerp van de klacht in de meest ruime zin intussen voldoende uitgeput is. De klachtencommissie nam, gelinkt aan het voorwerp van “het weggooien van kledij” immers al twee beslissingen: over de noodzaak tot opstart van de procedure CB 133 (KC32/23-0220), waarbij klager in het gelijk werd gesteld en de directie werd opgedragen de procedure op te starten (hetgeen blijkens het verweer in het voorliggend dossier ook gebeurde) én over de beslissing van de directeur tot het weggooien van de kledij op zich (KC32/24-0018), waarbij klager in het gelijk werd gesteld en een tegemoetkoming kreeg toegekend. De klacht is niet-ontvankelijk. De klachtencommissie kan de klacht niet (opnieuw) inhoudelijk beoordelen.
Klager beklaagt zich over het gegeven dat de griffie maandelijks maximum 20 kopieën neemt. Uit het verweer van de directie blijkt dat dit maximum enkel betrekking heeft op kopieën van persoonlijke documenten. De kopieën die een gedetineerde nodig zou hebben in het kader van zijn strafdossier vallen hier niet onder. De klachtencommissie stelt vast dat klager zich beklaagt over een algemene regel die voor alle gedetineerden van vleugel AB van toepassing is. Hij beklaagt zich dan ook niet over een geïndividualiseerde beslissing in de zin van artikel 148 Basiswet. Bovendien meent de klachtencommissie ook niet dat de regeling die klager aanhaalt afbreuk doet aan een individueel recht dat klager aan een hogere rechtsnorm ontleent, waardoor de klacht alsnog ontvankelijk zou kunnen zijn. De klachtencommissie benadrukt dat de limitering van het aantal kopieën immers geen betrekking heeft op het strafdossier van klager en ook niet op afschriften die hij in het kader van de openbaarheid van bestuur kan bekomen. De klacht is niet-ontvankelijk. De klachtencommissie kan de klacht niet inhoudelijk beoordelen.
Klager beklaagt zich nogmaals over de niet-uitvoering van de beslissing in KC32/23-0208. Blijkens het rapportbriefje van de directie werd er wél een (weigerings)beslissing genomen inzake de door klager gevraagde compensatie voor slechte tv-ontvangst. Deze beslissing lijkt in elk geval nooit aan klager te zijn bezorgd, aangezien hij er achter vroeg. De klachtencommissie meent dan ook dat het voorwerp van de klacht onvoldoende verschilt van het voorwerp in KC32/24-0029. Het kernprobleem blijft immers de niet-uitvoering van KC32/23-0208. De beslissing van de klachtencommissie over de vijfde klacht in KC32/24-0029 blijft dan ook in het voorliggend dossier relevant. De klachtencommissie verwijst bijgevolg nogmaals (net zoals ze in KC32/24-0039 al deed) naar titel 3.5. van de beslissing in KC32/24-0029, waarin zij de klacht reeds gegrond verklaarde. De klacht is niet-ontvankelijk. De klachtencommissie kan de klacht niet opnieuw inhoudelijk beoordelen.