KC32/24-0051
Gegrond
Onontvankelijk
KC - Turnhout
Klachtencommissie
Tucht
Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - KLEDIJ - HYGIËNE - VOEDING - KANTINE - TUCHT - BIJSTAND ADVOCAAT - MOTIVERING
Klager beklaagt zich over de weigering om hem Vanish mee te geven op cel, zodat hij zijn witte trainingen kan wassen. De klachtencommissie vindt het onduidelijk tegen welke beslissing hij klacht wenst in te dienen. Klager vermeldt geen datum van de vermeende weigering, noch aan wie hij dit gevraagd heeft en door wie hem dit geweigerd zou zijn. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager beklaagt zich erover dat de directie niets zou ondernemen ten aanzien van vuile baarden en dreadlocks van medegedetineerden. Klager ziet hierin een schending van artikel 44 Basiswet. Klager voegt bij zijn klacht een rapportbriefje op datum van 25 februari 2024 waarin hij dit punt bij de directie aankaart. Er kan niet besloten worden tot een verzuim of weigering om een beslissing te nemen in hoofde van de directie, nu uit het schriftelijk dossier blijkt dat klager zijn klacht reeds indiende op dezelfde dag als dat hij dit probleem bij de directie aankaartte, en vervolgens nogmaals de dag nadien. Er werd de directie dan ook geen redelijke termijn gelaten om een beslissing te nemen. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager beklaagt zich het geluid van de wieltjes van de etenskar en doet voorstellen om dit geluid te reduceren. De klachtencommissie vindt het onduidelijk tegen welke beslissing hij klacht wenst in te dienen. Klager vermeldt geen datum van de vermeende weigering. Klager maakt het volgens de klachtencommissie niet aannemelijk dat hij dit punt al bij de directie aankaartte. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager beklaagt zich (opnieuw) over het gegeven dat hij geen riem op cel mag hebben. De klacht heeft dan ook hetzelfde voorwerp als de klacht van klager in KC32/24-0042. De klachtencommissie verwijst naar haar beslissing van 25 maart 2024 in dat dossier (titel 3.7), waarin zij deze klacht reeds gegrond verklaarde. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager wenst dat er papier op de brancard wordt gelegd, en dat dit tussen twee patiënten in wordt vervangen. Volgens klager is dit noodzakelijk voor het garanderen van de hygiëne. Klager voegt bij zijn klacht een rapportbriefje op datum van 25 februari 2024 waarin hij dit punt bij de directie aankaart (hij zegt met name: “ik wil (…) nette brancard”). Er kan niet besloten worden tot een verzuim of weigering om een beslissing te nemen in hoofde van de directie, nu uit het schriftelijk dossier blijkt dat klager zijn klacht reeds indiende op dezelfde dag als dat hij dit probleem bij de directie aankaartte. Er werd de directie dan ook geen redelijke termijn gelaten om een beslissing te nemen. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager beklaagt zich (opnieuw) over het gegeven dat hij geen CD’s mag binnenbrengen. De klacht heeft dan ook hetzelfde voorwerp als de klacht van klager in KC32/24-0042. De klachtencommissie verwijst naar haar beslissing van 25 maart 2024 in dat dossier (titel 3.11), waarin zij deze klacht reeds onontvankelijk verklaarde. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager stelt dat hij een vismenu wenst, net zoals er voor andere gedetineerden een halal, vegetarisch of veganistisch menu beschikbaar is. Klager voegt bij zijn klacht een rapportbriefje op datum van 25 februari 2024 waarin hij dit punt bij de directie aankaart (hij zegt met name: “ik wil (…) pescetariër-menu”). Er kan niet besloten worden tot een verzuim of weigering om een beslissing te nemen in hoofde van de directie, nu uit het schriftelijk dossier blijkt dat klager zijn klacht reeds indiende op dezelfde dag als dat hij deze vraag aan de directie voorlegde. Er werd de directie dan ook geen redelijke termijn gelaten om een beslissing te nemen. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager wil een aankoop via de buitenkantine van een Playstation 2 bij een tweedehandswinkel. De klachtencommissie vindt het onduidelijk tegen welke beslissing hij klacht wenst in te dienen. Klager vermeldt geen datum van de vermeende weigering. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager stelt dat hij tweemaal per dag een uur zorgwandeling wil. Klager voegt bij zijn klacht een rapportbriefje op datum van 25 februari 2024 waarin hij dit punt bij de directie (in beperktere vorm dan in zijn klacht) aankaart (hij zegt met name: “ik wil (…) iedere dag zorgwandeling”.) Er kan niet besloten worden tot een verzuim of weigering om een beslissing te nemen in hoofde van de directie, nu uit het schriftelijk dossier blijkt dat klager zijn klacht reeds indiende op dezelfde dag als dat hij deze vraag aan de directie voorlegde. Er werd de directie dan ook geen redelijke termijn gelaten om een beslissing te nemen. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager wil dat de personen die de etensbedeling doen verplicht worden een haarnetje te dragen. De klachtencommissie vindt het onduidelijk tegen welke beslissing hij klacht wenst in te dienen. Klager vermeldt geen datum van de vermeende weigering. Klager maakt het volgens de klachtencommissie niet aannemelijk dat hij dit punt al bij de directie aankaartte. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager beklaagt zich (opnieuw) over het gegeven dat hij geen Playstation 2 mag binnenbrengen. De klacht heeft dan ook hetzelfde voorwerp als de klacht van klager in KC32/24-0033. De klachtencommissie verwijst naar haar beslissing van 25 maart 2024 in dat dossier (titel 3.1), waarin zij deze klacht reeds onontvankelijk verklaarde. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager beklaagt zich (opnieuw) over het gegeven dat hij geen sociale kantine krijgt. De klacht heeft dan ook hetzelfde voorwerp als de klacht van klager in KC32/24-0042. De klachtencommissie verwijst naar haar beslissing van 25 maart 2024 in dat dossier (titel 3.9), waarin zij deze klacht reeds ongegrond verklaarde. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager beklaagt zich over een tuchtbeslissing. Aangezien de tuchtbeslissing van 21 februari 2024 daags nadien vervangen werd door een gecorrigeerde beslissing, beperkt de klachtencommissie zich in haar beoordeling van deze klacht tot het bevestigen van hetgeen klager in zijn klacht terecht aankaartte. Aangezien de tuchtbeslissing van 5 januari 2024, waarbij een voorwaardelijke sanctie van 12 dagen ATV werd opgelegd, vernietigd werd bij een beslissing van de klachtencommissie van 13 februari 2024 (KC32/24-0008), kon deze sanctie in de tuchtbeslissing van 21 februari 2024 inderdaad niet in uitvoer gebracht worden. De klacht is gegrond.
Klager beklaagt zich over de gecorrigeerde tuchtbeslissing. De klachtencommissie acht de tuchtprocedure en tuchtbeslissing gebrekkig op verschillende punten
(1) De bijstand van de advocaat. De klachtencommissie is het er niet mee eens dat klager bij verstek werd veroordeeld omdat hij de pro deo advocaat niet wou spreken. Dat klager volgens de Basiswet verplicht moet worden bijgestaan door een advocaat, wil immers niet zeggen dat deze advocaat in klager zijn plaats het woord moet voeren. Het is in die zin dan ook niet noodzakelijk dat een geïnterneerde voorafgaand aan de tuchtprocedure in dialoog treedt met de pro deo advocaat, indien hij dit niet wenst. Er is sprake van een miskenning van de rechten van verdediging.
(2) De gewijzigde sanctie werd niet gemotiveerd. Nochtans was dit noodzakelijk, nu de directie de opmerkelijke beslissing nam om eerst 12 dagen ATV in uitvoer te brengen maar daags nadien van mening was dat 5 dagen ATV ook wel volstond. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd.
Klager beklaagt zich over de weigering om hem Vanish mee te geven op cel, zodat hij zijn witte trainingen kan wassen. De klachtencommissie vindt het onduidelijk tegen welke beslissing hij klacht wenst in te dienen. Klager vermeldt geen datum van de vermeende weigering, noch aan wie hij dit gevraagd heeft en door wie hem dit geweigerd zou zijn. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager beklaagt zich erover dat de directie niets zou ondernemen ten aanzien van vuile baarden en dreadlocks van medegedetineerden. Klager ziet hierin een schending van artikel 44 Basiswet. Klager voegt bij zijn klacht een rapportbriefje op datum van 25 februari 2024 waarin hij dit punt bij de directie aankaart. Er kan niet besloten worden tot een verzuim of weigering om een beslissing te nemen in hoofde van de directie, nu uit het schriftelijk dossier blijkt dat klager zijn klacht reeds indiende op dezelfde dag als dat hij dit probleem bij de directie aankaartte, en vervolgens nogmaals de dag nadien. Er werd de directie dan ook geen redelijke termijn gelaten om een beslissing te nemen. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager beklaagt zich het geluid van de wieltjes van de etenskar en doet voorstellen om dit geluid te reduceren. De klachtencommissie vindt het onduidelijk tegen welke beslissing hij klacht wenst in te dienen. Klager vermeldt geen datum van de vermeende weigering. Klager maakt het volgens de klachtencommissie niet aannemelijk dat hij dit punt al bij de directie aankaartte. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager beklaagt zich (opnieuw) over het gegeven dat hij geen riem op cel mag hebben. De klacht heeft dan ook hetzelfde voorwerp als de klacht van klager in KC32/24-0042. De klachtencommissie verwijst naar haar beslissing van 25 maart 2024 in dat dossier (titel 3.7), waarin zij deze klacht reeds gegrond verklaarde. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager wenst dat er papier op de brancard wordt gelegd, en dat dit tussen twee patiënten in wordt vervangen. Volgens klager is dit noodzakelijk voor het garanderen van de hygiëne. Klager voegt bij zijn klacht een rapportbriefje op datum van 25 februari 2024 waarin hij dit punt bij de directie aankaart (hij zegt met name: “ik wil (…) nette brancard”). Er kan niet besloten worden tot een verzuim of weigering om een beslissing te nemen in hoofde van de directie, nu uit het schriftelijk dossier blijkt dat klager zijn klacht reeds indiende op dezelfde dag als dat hij dit probleem bij de directie aankaartte. Er werd de directie dan ook geen redelijke termijn gelaten om een beslissing te nemen. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager beklaagt zich (opnieuw) over het gegeven dat hij geen CD’s mag binnenbrengen. De klacht heeft dan ook hetzelfde voorwerp als de klacht van klager in KC32/24-0042. De klachtencommissie verwijst naar haar beslissing van 25 maart 2024 in dat dossier (titel 3.11), waarin zij deze klacht reeds onontvankelijk verklaarde. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager stelt dat hij een vismenu wenst, net zoals er voor andere gedetineerden een halal, vegetarisch of veganistisch menu beschikbaar is. Klager voegt bij zijn klacht een rapportbriefje op datum van 25 februari 2024 waarin hij dit punt bij de directie aankaart (hij zegt met name: “ik wil (…) pescetariër-menu”). Er kan niet besloten worden tot een verzuim of weigering om een beslissing te nemen in hoofde van de directie, nu uit het schriftelijk dossier blijkt dat klager zijn klacht reeds indiende op dezelfde dag als dat hij deze vraag aan de directie voorlegde. Er werd de directie dan ook geen redelijke termijn gelaten om een beslissing te nemen. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager wil een aankoop via de buitenkantine van een Playstation 2 bij een tweedehandswinkel. De klachtencommissie vindt het onduidelijk tegen welke beslissing hij klacht wenst in te dienen. Klager vermeldt geen datum van de vermeende weigering. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager stelt dat hij tweemaal per dag een uur zorgwandeling wil. Klager voegt bij zijn klacht een rapportbriefje op datum van 25 februari 2024 waarin hij dit punt bij de directie (in beperktere vorm dan in zijn klacht) aankaart (hij zegt met name: “ik wil (…) iedere dag zorgwandeling”.) Er kan niet besloten worden tot een verzuim of weigering om een beslissing te nemen in hoofde van de directie, nu uit het schriftelijk dossier blijkt dat klager zijn klacht reeds indiende op dezelfde dag als dat hij deze vraag aan de directie voorlegde. Er werd de directie dan ook geen redelijke termijn gelaten om een beslissing te nemen. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager wil dat de personen die de etensbedeling doen verplicht worden een haarnetje te dragen. De klachtencommissie vindt het onduidelijk tegen welke beslissing hij klacht wenst in te dienen. Klager vermeldt geen datum van de vermeende weigering. Klager maakt het volgens de klachtencommissie niet aannemelijk dat hij dit punt al bij de directie aankaartte. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager beklaagt zich (opnieuw) over het gegeven dat hij geen Playstation 2 mag binnenbrengen. De klacht heeft dan ook hetzelfde voorwerp als de klacht van klager in KC32/24-0033. De klachtencommissie verwijst naar haar beslissing van 25 maart 2024 in dat dossier (titel 3.1), waarin zij deze klacht reeds onontvankelijk verklaarde. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager beklaagt zich (opnieuw) over het gegeven dat hij geen sociale kantine krijgt. De klacht heeft dan ook hetzelfde voorwerp als de klacht van klager in KC32/24-0042. De klachtencommissie verwijst naar haar beslissing van 25 maart 2024 in dat dossier (titel 3.9), waarin zij deze klacht reeds ongegrond verklaarde. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager beklaagt zich over een tuchtbeslissing. Aangezien de tuchtbeslissing van 21 februari 2024 daags nadien vervangen werd door een gecorrigeerde beslissing, beperkt de klachtencommissie zich in haar beoordeling van deze klacht tot het bevestigen van hetgeen klager in zijn klacht terecht aankaartte. Aangezien de tuchtbeslissing van 5 januari 2024, waarbij een voorwaardelijke sanctie van 12 dagen ATV werd opgelegd, vernietigd werd bij een beslissing van de klachtencommissie van 13 februari 2024 (KC32/24-0008), kon deze sanctie in de tuchtbeslissing van 21 februari 2024 inderdaad niet in uitvoer gebracht worden. De klacht is gegrond.
Klager beklaagt zich over de gecorrigeerde tuchtbeslissing. De klachtencommissie acht de tuchtprocedure en tuchtbeslissing gebrekkig op verschillende punten
(1) De bijstand van de advocaat. De klachtencommissie is het er niet mee eens dat klager bij verstek werd veroordeeld omdat hij de pro deo advocaat niet wou spreken. Dat klager volgens de Basiswet verplicht moet worden bijgestaan door een advocaat, wil immers niet zeggen dat deze advocaat in klager zijn plaats het woord moet voeren. Het is in die zin dan ook niet noodzakelijk dat een geïnterneerde voorafgaand aan de tuchtprocedure in dialoog treedt met de pro deo advocaat, indien hij dit niet wenst. Er is sprake van een miskenning van de rechten van verdediging.
(2) De gewijzigde sanctie werd niet gemotiveerd. Nochtans was dit noodzakelijk, nu de directie de opmerkelijke beslissing nam om eerst 12 dagen ATV in uitvoer te brengen maar daags nadien van mening was dat 5 dagen ATV ook wel volstond. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd.