KC32/24-0084
Ongegrond
Onontvankelijk
KC - Turnhout
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - VRIJE TIJD - KLEDIJ - HUISHOUDELIJK REGLEMENT
De directie weigerde de aankoop van een Playstation 2 via de buitenkantine omdat dit volgens haar niet mogelijk is, omdat het een verouderd model betreft. De klachtencommissie begrijpt dat het voor klager als onrechtvaardig kan aanvoelen dat bepaalde andere gedetineerden wel in het bezit zijn van een Playstation 2, doch dit maakt de bestreden weigeringsbeslissing om een Playstation 2 via de buitenkantine aan te kopen (omdat dit gewoonweg praktisch onmogelijk is) niet onwettelijk of onredelijk. De klacht is ongegrond.
Klager beklaagt zich over het gegeven dat de directie hem nog steeds geen toestemming wil geven om extra kledij op cel te hebben. Hij verwijst naar zijn klachtendossier KC32/24-0032, waarin de klachtencommissie de directie opdroeg een nieuwe beslissing te nemen. Zowel uit de klacht van klager als uit het verweer van de directie blijkt dat er inderdaad een beslissing werd genomen, doch dat dit, tot ontevredenheid van klager, een weigeringsbeslissing betrof. De klachtencommissie beoordeelde deze weigeringsbeslissing echter al in haar beslissing in KC32/24-0077 (titel 3.2). De klacht is niet-ontvankelijk. De klachtencommissie kan de klacht niet (opnieuw) inhoudelijk beoordelen.
Klager stelt dat de directie ‘hem nog steeds geen metalen riem wil geven’. Hij verwijst naar zijn klachtendossier KC32/24-0042, waarin de klachtencommissie de directie opdroeg om klager in het bezit te stellen van zijn riem. Uit het verweer blijkt dat klager wel degelijk in het bezit is van zijn riem en deze ook mag dragen in zijn verblijfsruimte. Een andere kwestie is echter dat klager deze riem buiten zijn verblijfsruimte niet mag dragen, omdat hij er niet mee door de metaaldetectie geraakt. Het huishoudelijk reglement (pagina 13) bepaalt nadere regels omtrent het dragen van persoonlijke kledij. De riem van klager blijkt problemen te geven bij de controle door de metaaldetectie. Er is volgens de klachtencommissie dan ook geen sprake van een geïndividualiseerde beslissing ten aanzien van klager in de zin van artikel 148 Basiswet maar van de loutere toepassing van de regels betreffende persoonlijke kledij uit het huishoudelijk reglement. De klacht is niet-ontvankelijk.
De directie weigerde de aankoop van een Playstation 2 via de buitenkantine omdat dit volgens haar niet mogelijk is, omdat het een verouderd model betreft. De klachtencommissie begrijpt dat het voor klager als onrechtvaardig kan aanvoelen dat bepaalde andere gedetineerden wel in het bezit zijn van een Playstation 2, doch dit maakt de bestreden weigeringsbeslissing om een Playstation 2 via de buitenkantine aan te kopen (omdat dit gewoonweg praktisch onmogelijk is) niet onwettelijk of onredelijk. De klacht is ongegrond.
Klager beklaagt zich over het gegeven dat de directie hem nog steeds geen toestemming wil geven om extra kledij op cel te hebben. Hij verwijst naar zijn klachtendossier KC32/24-0032, waarin de klachtencommissie de directie opdroeg een nieuwe beslissing te nemen. Zowel uit de klacht van klager als uit het verweer van de directie blijkt dat er inderdaad een beslissing werd genomen, doch dat dit, tot ontevredenheid van klager, een weigeringsbeslissing betrof. De klachtencommissie beoordeelde deze weigeringsbeslissing echter al in haar beslissing in KC32/24-0077 (titel 3.2). De klacht is niet-ontvankelijk. De klachtencommissie kan de klacht niet (opnieuw) inhoudelijk beoordelen.
Klager stelt dat de directie ‘hem nog steeds geen metalen riem wil geven’. Hij verwijst naar zijn klachtendossier KC32/24-0042, waarin de klachtencommissie de directie opdroeg om klager in het bezit te stellen van zijn riem. Uit het verweer blijkt dat klager wel degelijk in het bezit is van zijn riem en deze ook mag dragen in zijn verblijfsruimte. Een andere kwestie is echter dat klager deze riem buiten zijn verblijfsruimte niet mag dragen, omdat hij er niet mee door de metaaldetectie geraakt. Het huishoudelijk reglement (pagina 13) bepaalt nadere regels omtrent het dragen van persoonlijke kledij. De riem van klager blijkt problemen te geven bij de controle door de metaaldetectie. Er is volgens de klachtencommissie dan ook geen sprake van een geïndividualiseerde beslissing ten aanzien van klager in de zin van artikel 148 Basiswet maar van de loutere toepassing van de regels betreffende persoonlijke kledij uit het huishoudelijk reglement. De klacht is niet-ontvankelijk.