Ga verder naar de inhoud

KC32/24-0115

Gegrond KC - Turnhout Klachtencommissie Tucht
TUCHT - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING

De directeur heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD van 28 april 2024. Hierin wordt beschreven hoe er een doorgeeflint dat zichtbaar uit het raam hangt tijdens een navolgende celcontrole wordt aangetroffen op de motor van de ijskast. Het RAD vermeldt hierover het volgende: "Toen we bovengenoemde vroegen achter het doorgeeflint gaf hij toe dat dit verstopt zat op de motor van de ijskast. Volgens hen werd het doorgeeflint gebruikt voor het doorgeven van monopoly pionnetjes." De klachtencommissie vindt het zeer opmerkelijk dat de eerste zin een verklaring van klager bevat (“bovengenoemde”, “hij”), terwijl de volgende zin een bekentenis zou omvatten van beide celgenoten tezamen (“hen”). Het RAD is op dit punt zeer onduidelijk opgesteld. Het tuchtdossier bevat ook nog een (onvolledig gescande) schriftelijke verklaring van klager. Het is niet duidelijk van wanneer deze verklaring dateert.

Gelet op het vermoeden van onschuld dient de directie te motiveren waarom ze de feiten aan klager (individueel) toerekent. De directie rekent de inbreuk van het doorgeeflint aan klager toe omdat hij “erkent” dat hij het doorgeeflint verstopte. Volgens de klachtencommissie kon de directie uit het RAD (en de schriftelijke verklaring van klager) weliswaar afleiden dat klager op de hoogte was van het doorgeeflint en de locatie ervan, doch niet dat hij erkende dat hij het was die het doorgeeflint verstopt had (noch dat hij het gebruikt zou hebben). Ook ter tuchtzitting ontkent klager zijn betrokkenheid. Hetgeen in de motivering werd opgenomen vindt volgens de klachtencommissie dan ook onvoldoende steun in de stukken van het dossier. De conclusie die de directie trok gaat de grenzen van de redelijkheid te buiten.

De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd.