TUCHT - GEÏNTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING
De directeur heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD van 3 juni 2024. Volgens de klachtencommissie voerde klager ter tuchtzitting geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het dan ook redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte op basis van het RAD.
De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de orde, zoals omschreven in artikel 2, 7° (artikel 129, 5° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.
De directie motiveert dat ze klager (geïnterneerd) verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten, erop wijzend dat klager op het moment van de feiten helder en bewust was in zijn spreken en handelen. De klachtencommissie stelt vast dat dit element gestaafd wordt door het RAD. Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de feiten afdoende gemotiveerd. De motivering voldoet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet.
Klager pleegde een inbreuk van de eerste categorie en kreeg hiervoor 10 dagen ATV, waarvan de helft voorwaardelijk. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.
De directeur heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD van 3 juni 2024. Volgens de klachtencommissie voerde klager ter tuchtzitting geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het dan ook redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte op basis van het RAD.
De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de orde, zoals omschreven in artikel 2, 7° (artikel 129, 5° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.
De directie motiveert dat ze klager (geïnterneerd) verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten, erop wijzend dat klager op het moment van de feiten helder en bewust was in zijn spreken en handelen. De klachtencommissie stelt vast dat dit element gestaafd wordt door het RAD. Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de feiten afdoende gemotiveerd. De motivering voldoet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet.
Klager pleegde een inbreuk van de eerste categorie en kreeg hiervoor 10 dagen ATV, waarvan de helft voorwaardelijk. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.