KC32/24-0143
Ongegrond
Onontvankelijk
KC - Turnhout
Klachtencommissie
Tucht
Geen beslissing directeur
TUCHT - BIJSTAND ADVOCAAT - GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID
Gelet op de verklaringen van de beambte evenals de verklaring die klager zélf ten overstaan van de directie aflegde (dat hij de ATV-sanctie wat wenste uit te stellen zodat zijn ongestoord bezoek nog kon doorgaan) acht de klachtencommissie het geloofwaardig dat klager er bewust voor koos om niet te verschijnen. Hoewel er ten aanzien van klager inderdaad geen voorlopige maatregel werd genomen waardoor er schijnbaar geen tijdsdruk gepaard ging met het organiseren van de tuchtzitting, merkt de klachtencommissie op dat er ook een tuchtprocedure werd gevoerd tegen de celgenoot van klager, die eveneens betrokken partij was. De klachtencommissie acht het dan ook redelijk dat de directie beide tuchtprocedures op dezelfde dag doorgang wenste te laten vinden. Er was volgens de klachtencommissie géén sprake van een schending van de rechten van klager, nu klager de mogelijkheid kreeg om persoonlijk te verschijnen en tegenspraak te voeren én zich daarbij te laten bijstaan door een pro deo advocaat.
De directeur heeft zich voor het bewijs van de feiten gebaseerd op 3 RAD's. Dat de beambte op 14 juni 2024 de aanwezigheid van de GSM niet visueel heeft kunnen vaststellen, maakt volgens de klachtencommissie nog niet dat de andere aangehaalde elementen (aanwezigheid van een spiegeltje ter observatie van het winket, de aanwezigheid van een hoofdtelefoon op het hoofd van klager terwijl dit niet nodig is bij het bellen met een celtelefoon) geen voldoende geloofwaardige vermoedens zouden opleveren. Volgens de klachtencommissie kwam de directie bij de beoordeling van het bewezen zijn van de feiten tot een conclusie die de grenzen van de redelijkheid niet te buiten gaan. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte én aan klager toerekende. Het gegeven dat de celgenoot van klager zou hebben verklaard dat de GSM aan hem toebehoorde, maakt nog niet dat klager niet (minstens) zou kunnen gesanctioneerd worden voor het gebruik ervan. De directie kwalificeerde de feiten als het gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken (artikel 129, 9° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd. Klager pleegde een inbreuk van de eerste categorie en kreeg 30 dagen ATV. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.
Klager beklaagt zich over het RAD van 20 juni 2024. Een RAD (ten gevolge waarvan nadien eventueel een tuchtbeslissing wordt genomen) betreft op zichzelf géén beslissing van de directeur in de zin van artikel 148 Basiswet. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager beklaagt zich over een aantal infrastructurele problemen (vertragingen bij het bellen ten gevolge van problemen met het systeem, zijn telefoon op cel die enkel nog met de speaker werkt, het toilet dat kapot is). De klachtencommissie kan in het schrijven van klager geen geïndividualiseerde beslissing van de directeur ten aanzien van hem onderscheiden. Bovendien maakt klager het niet aannemelijk dat hij deze problemen reeds aankaartte bij de directie, zodat er ook niet besloten kan worden tot een weigering of verzuim om een beslissing te nemen in hoofde van de directie. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager beklaagt zich over het systeem van de bezoekreservaties en meent dat dit geoptimaliseerd zou kunnen worden. De klachtencommissie kan in het schrijven van klager geen geïndividualiseerde beslissing van de directeur ten aanzien van hem onderscheiden. Klager beklaagt zich over het systeem van bezoekreservaties dat ten aanzien van alle gedetineerden geldt. Bovendien maakt hij niet aannemelijk dat dit systeem afbreuk doet aan een recht dat hij aan hogere rechtsnormen ontleent, waardoor zijn klacht toch ontvankelijk zou kunnen zijn (BC/22-0223). De klacht is niet-ontvankelijk.
Gelet op de verklaringen van de beambte evenals de verklaring die klager zélf ten overstaan van de directie aflegde (dat hij de ATV-sanctie wat wenste uit te stellen zodat zijn ongestoord bezoek nog kon doorgaan) acht de klachtencommissie het geloofwaardig dat klager er bewust voor koos om niet te verschijnen. Hoewel er ten aanzien van klager inderdaad geen voorlopige maatregel werd genomen waardoor er schijnbaar geen tijdsdruk gepaard ging met het organiseren van de tuchtzitting, merkt de klachtencommissie op dat er ook een tuchtprocedure werd gevoerd tegen de celgenoot van klager, die eveneens betrokken partij was. De klachtencommissie acht het dan ook redelijk dat de directie beide tuchtprocedures op dezelfde dag doorgang wenste te laten vinden. Er was volgens de klachtencommissie géén sprake van een schending van de rechten van klager, nu klager de mogelijkheid kreeg om persoonlijk te verschijnen en tegenspraak te voeren én zich daarbij te laten bijstaan door een pro deo advocaat.
De directeur heeft zich voor het bewijs van de feiten gebaseerd op 3 RAD's. Dat de beambte op 14 juni 2024 de aanwezigheid van de GSM niet visueel heeft kunnen vaststellen, maakt volgens de klachtencommissie nog niet dat de andere aangehaalde elementen (aanwezigheid van een spiegeltje ter observatie van het winket, de aanwezigheid van een hoofdtelefoon op het hoofd van klager terwijl dit niet nodig is bij het bellen met een celtelefoon) geen voldoende geloofwaardige vermoedens zouden opleveren. Volgens de klachtencommissie kwam de directie bij de beoordeling van het bewezen zijn van de feiten tot een conclusie die de grenzen van de redelijkheid niet te buiten gaan. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte én aan klager toerekende. Het gegeven dat de celgenoot van klager zou hebben verklaard dat de GSM aan hem toebehoorde, maakt nog niet dat klager niet (minstens) zou kunnen gesanctioneerd worden voor het gebruik ervan. De directie kwalificeerde de feiten als het gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken (artikel 129, 9° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd. Klager pleegde een inbreuk van de eerste categorie en kreeg 30 dagen ATV. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.
Klager beklaagt zich over het RAD van 20 juni 2024. Een RAD (ten gevolge waarvan nadien eventueel een tuchtbeslissing wordt genomen) betreft op zichzelf géén beslissing van de directeur in de zin van artikel 148 Basiswet. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager beklaagt zich over een aantal infrastructurele problemen (vertragingen bij het bellen ten gevolge van problemen met het systeem, zijn telefoon op cel die enkel nog met de speaker werkt, het toilet dat kapot is). De klachtencommissie kan in het schrijven van klager geen geïndividualiseerde beslissing van de directeur ten aanzien van hem onderscheiden. Bovendien maakt klager het niet aannemelijk dat hij deze problemen reeds aankaartte bij de directie, zodat er ook niet besloten kan worden tot een weigering of verzuim om een beslissing te nemen in hoofde van de directie. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager beklaagt zich over het systeem van de bezoekreservaties en meent dat dit geoptimaliseerd zou kunnen worden. De klachtencommissie kan in het schrijven van klager geen geïndividualiseerde beslissing van de directeur ten aanzien van hem onderscheiden. Klager beklaagt zich over het systeem van bezoekreservaties dat ten aanzien van alle gedetineerden geldt. Bovendien maakt hij niet aannemelijk dat dit systeem afbreuk doet aan een recht dat hij aan hogere rechtsnormen ontleent, waardoor zijn klacht toch ontvankelijk zou kunnen zijn (BC/22-0223). De klacht is niet-ontvankelijk.