FOUILLE LICHAAM - MOTIVERING
Klager beklaagt zich over een beslissing tot fouillering op het lichaam. De directie haalt als individuele aanwijzing aan dat zij vermoedt dat klager naar aanleiding van een vorig penitentiair verlof verboden substanties (volgens het meldingsverslag: wiet) mee terugnam naar de gevangenis. Zij baseert dit op een meldingsverslag dat een sterke geurwaarneming aan de cel van klager beschrijft, dit terwijl de celgenoot van klager die dag de gevangenis niet heeft verlaten. Ook bij de medegedetineerde, in wiens gezelschap klager terugkeerde uit penitentiair verlof, werd deze geur waargenomen. Volgens de klachtencommissie ging de directie de grenzen van de redelijkheid niet te buiten bij het trekken van deze conclusie. De directie motiveert eveneens waarom het onderzoek aan de kledij niet volstaat. Hoewel de klachtencommissie de verwijzing naar het bezit van voorwerpen (geconcretiseerd als SIM-kaart) overbodig vindt, nu de motivering, indien ze toegespitst wordt op de situatie van klager, enkel betrekking diende te hebben op verboden substanties, acht ze de motivering voor het overige wel afdoende. De motivering van de beslissing voldoet aan de vereisten van artikel 108 j° artikel 8 Basiswet. De klacht is ongegrond.
Klager beklaagt zich over een beslissing tot fouillering op het lichaam. De directie haalt als individuele aanwijzing aan dat zij vermoedt dat klager naar aanleiding van een vorig penitentiair verlof verboden substanties (volgens het meldingsverslag: wiet) mee terugnam naar de gevangenis. Zij baseert dit op een meldingsverslag dat een sterke geurwaarneming aan de cel van klager beschrijft, dit terwijl de celgenoot van klager die dag de gevangenis niet heeft verlaten. Ook bij de medegedetineerde, in wiens gezelschap klager terugkeerde uit penitentiair verlof, werd deze geur waargenomen. Volgens de klachtencommissie ging de directie de grenzen van de redelijkheid niet te buiten bij het trekken van deze conclusie. De directie motiveert eveneens waarom het onderzoek aan de kledij niet volstaat. Hoewel de klachtencommissie de verwijzing naar het bezit van voorwerpen (geconcretiseerd als SIM-kaart) overbodig vindt, nu de motivering, indien ze toegespitst wordt op de situatie van klager, enkel betrekking diende te hebben op verboden substanties, acht ze de motivering voor het overige wel afdoende. De motivering van de beslissing voldoet aan de vereisten van artikel 108 j° artikel 8 Basiswet. De klacht is ongegrond.