KC32/24-0169
Gegrond
Tegemoetkoming
KC - Turnhout
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - INTERNE RECHTSPOSITIE - VOEDING
Klager beklaagt zich over de ontzegging van bepaalde ‘persoonlijke spullen’. Een klacht tegen de ontzegging van bepaalde voorwerpen behoort in principe tot het toepassingsgebied van het beklagrecht. De klachtencommissie vindt het op basis van het schrijven van klager allerminst duidelijk tegen welke beslissing hij klacht wenst in te dienen. Klager specificeert niet over welke ‘persoonlijke spullen’ het zou gaan (behoudens de koffiekan en het lampje, zie verder). De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager beklaagt zich over de vermeende ontzegging van zijn koffiekan en lampje. Een klacht tegen de ontzegging van bepaalde voorwerpen behoort in principe tot het toepassingsgebied van het beklagrecht. Blijkens het verweer van de directie zijn deze spullen echter wel degelijk toegelaten op de sectie waarop klager op het ogenblik van zijn klacht verbleef, zodat de klachtencommissie het niet aannemelijk acht dat hem deze spullen werden ontzegd. Volgens de klachtencommissie is er dan ook geen beslissing voorhanden in de zin die klager aanhaalt. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager beklaagt zich over de ontzegging van bepaalde etenswaren. Een klacht tegen de ontzegging van bepaalde voorwerpen behoort tot het toepassingsgebied van het beklagrecht. Klager somt niet op over welke etenswaren het gaat. Uit het verweer van de directeur vloeit voort dat het mogelijks (enkel) om etenswaren in glas of blik gaat, die in geval van een verblijf op de sectie waar klager op het ogenblik van indiening van zijn klacht verbleef, standaard opgeslagen worden in een aparte kast. De gedetineerde heeft het recht de hem toebehorende voorwerpen waarvan het bezit niet onverenigbaar is met de orde en de veiligheid in zijn verblijfsruimte onder te brengen dan wel bij zich te hebben, overeenkomstig door het huishoudelijk reglement te bepalen regels (artikel 45, §2 Basiswet). Goederen die de orde of de veiligheid in het gevaar kunnen brengen, worden uit het aanbod van de kantine geweerd (artikel 47, §2 Basiswet). Etenswaren behoren aldus tot de voorwerpen waarvan het is toegelaten om ze in de verblijfsruimte te hebben. De klachtencommissie ziet dan ook niet waarom er van deze regel werd afgeweken ten gevolge van het verblijf van klager op een bepaalde sectie. De ontzegging van voorwerpen kan wettelijk gezien enkel op tijdelijke en gemotiveerde wijze, in het kader van een tuchtsanctie of een bijzondere veiligheidsmaatregel. In het voorliggend dossier is er géén sprake van een bijzondere veiligheidsmaatregel of een tuchtsanctie. Er is bijgevolg sprake van een verzuim om een beslissing te nemen in de zin van artikel 148 Basiswet. De directie lichtte in haar verweer een algemene praktijk op een welbepaalde sectie toe, die volgens de klachtencommissie niet strookt met de Basiswet en het huishoudelijk reglement. Dat de gedetineerde de etenswaren kan ontvangen op eenvoudig verzoek, doet hieraan geen afbreuk. De ontzegging van de etenswaren gebeurde volgens de klachtencommissie aldus zonder dat de directie ten aanzien van klager hiertoe een geldige beslissing nam, conform de Basiswet. De klacht is gegrond.
Klager beklaagt zich over de ontzegging van bepaalde ‘persoonlijke spullen’. Een klacht tegen de ontzegging van bepaalde voorwerpen behoort in principe tot het toepassingsgebied van het beklagrecht. De klachtencommissie vindt het op basis van het schrijven van klager allerminst duidelijk tegen welke beslissing hij klacht wenst in te dienen. Klager specificeert niet over welke ‘persoonlijke spullen’ het zou gaan (behoudens de koffiekan en het lampje, zie verder). De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager beklaagt zich over de vermeende ontzegging van zijn koffiekan en lampje. Een klacht tegen de ontzegging van bepaalde voorwerpen behoort in principe tot het toepassingsgebied van het beklagrecht. Blijkens het verweer van de directie zijn deze spullen echter wel degelijk toegelaten op de sectie waarop klager op het ogenblik van zijn klacht verbleef, zodat de klachtencommissie het niet aannemelijk acht dat hem deze spullen werden ontzegd. Volgens de klachtencommissie is er dan ook geen beslissing voorhanden in de zin die klager aanhaalt. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager beklaagt zich over de ontzegging van bepaalde etenswaren. Een klacht tegen de ontzegging van bepaalde voorwerpen behoort tot het toepassingsgebied van het beklagrecht. Klager somt niet op over welke etenswaren het gaat. Uit het verweer van de directeur vloeit voort dat het mogelijks (enkel) om etenswaren in glas of blik gaat, die in geval van een verblijf op de sectie waar klager op het ogenblik van indiening van zijn klacht verbleef, standaard opgeslagen worden in een aparte kast. De gedetineerde heeft het recht de hem toebehorende voorwerpen waarvan het bezit niet onverenigbaar is met de orde en de veiligheid in zijn verblijfsruimte onder te brengen dan wel bij zich te hebben, overeenkomstig door het huishoudelijk reglement te bepalen regels (artikel 45, §2 Basiswet). Goederen die de orde of de veiligheid in het gevaar kunnen brengen, worden uit het aanbod van de kantine geweerd (artikel 47, §2 Basiswet). Etenswaren behoren aldus tot de voorwerpen waarvan het is toegelaten om ze in de verblijfsruimte te hebben. De klachtencommissie ziet dan ook niet waarom er van deze regel werd afgeweken ten gevolge van het verblijf van klager op een bepaalde sectie. De ontzegging van voorwerpen kan wettelijk gezien enkel op tijdelijke en gemotiveerde wijze, in het kader van een tuchtsanctie of een bijzondere veiligheidsmaatregel. In het voorliggend dossier is er géén sprake van een bijzondere veiligheidsmaatregel of een tuchtsanctie. Er is bijgevolg sprake van een verzuim om een beslissing te nemen in de zin van artikel 148 Basiswet. De directie lichtte in haar verweer een algemene praktijk op een welbepaalde sectie toe, die volgens de klachtencommissie niet strookt met de Basiswet en het huishoudelijk reglement. Dat de gedetineerde de etenswaren kan ontvangen op eenvoudig verzoek, doet hieraan geen afbreuk. De ontzegging van de etenswaren gebeurde volgens de klachtencommissie aldus zonder dat de directie ten aanzien van klager hiertoe een geldige beslissing nam, conform de Basiswet. De klacht is gegrond.