KC32/24-0273
Onontvankelijk
KC - Turnhout
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Geen beslissing directeur
(1) GEEN BESLISSING DIRECTEUR – BEVOEGDHEID (2) ART. 3 EVRM - GEÏNTERNEERDE
Klager heeft een klacht ingediend omdat hij een tuchtrapport heeft gekregen hoewel hij zich heeft gehouden aan de wetten. Hij klaagt aan dat de individuele detentiegaranties niet worden nageleefd hetgeen een schending is van artikel 4 en 6 van het Handvest van de Europese Unie. Klager vermeldt afgeschermd sanitair in zijn klacht en de belofte van de Belgische Staat om therapeutisch om te gaan met geïnterneerde personen.
(1) Wat betreft het rapport aan de directeur
Klager heeft in zijn klacht louter geschreven dat er een tuchtrapport werd opgemaakt zonder daarbij een datum te vermelden of de aanleiding voor het rapport te verduidelijken. Op basis van deze gegevens is het voor de klachtencommissie onmogelijk om te achterhalen wat de bestreden beslissing is, wanneer die werd genomen, of de klacht tijdig werd ingediend en waarom klager hier niet akkoord mee gaat.
Daarenboven is een klacht tegen de opmaak van een rapport aan de directeur (RAD) in ieder geval niet-ontvankelijk aangezien dit een beslissing is van een beambte en de klachtencommissie enkel bevoegd is om beslissingen van de directie te beoordelen. Dit onderdeel van de klacht is bijgevolg kennelijk niet-ontvankelijk.
(2) Wat betreft de naleving van de detentiegaranties
Er werd een Europees aanhoudingsbevel uitgevaardigd met de bedoeling dat klager werd overgeleverd van Nederland aan België. Het Openbaar Ministerie van Amsterdam zou om een individuele detentiegarantie hebben verzocht waarop de FOD Justitie informatie over de detentieomstandigheden waarin klager zou terechtkomen, heeft overgemaakt.
Uit de bijkomende informatie blijkt dat de oppervlakte van de cel waarin klager sinds zijn detentie in de gevangenis van Turnhout verblijft, 10m² is. De directie verklaart dat hij steeds als enige in deze cel heeft verbleven. Er is ook geen sprake dat klager op de grond moe(s)t slapen. De directie verklaart ook dat klager steeds aan de algemene gemeenschappelijke activiteiten kon meedoen. In tegenstelling tot de opvatting van klager, is in de detentiegarantie niets bepaald over een aanbod van therapeutische activiteiten. De detentiegarantie bepaalt duidelijk dat de sanitaire blok afgescheiden is van de rest van de cel door een muur of scherm. Dit is niet het geval in de cel waar klager verblijft. Dit is in geen enkele cel in de gevangenis van Turnhout het geval. De klachtencommissie is echter van oordeel dat hierdoor geen sprake is van een schending van het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer omdat klager als enige gebruik maakt van het sanitair. Bovendien is het feit dat het sanitair niet afgeschermd is in een cel, op zich geen schending van artikel 3 EVRM.
De klachtencommissie besluit dat er geen sprake is van een verzuim in hoofde van de directie om de detentiegaranties van klager na te leven. Bijgevolg is dit onderdeel van de klacht ook kennelijk niet-ontvankelijk.
Klager heeft een klacht ingediend omdat hij een tuchtrapport heeft gekregen hoewel hij zich heeft gehouden aan de wetten. Hij klaagt aan dat de individuele detentiegaranties niet worden nageleefd hetgeen een schending is van artikel 4 en 6 van het Handvest van de Europese Unie. Klager vermeldt afgeschermd sanitair in zijn klacht en de belofte van de Belgische Staat om therapeutisch om te gaan met geïnterneerde personen.
(1) Wat betreft het rapport aan de directeur
Klager heeft in zijn klacht louter geschreven dat er een tuchtrapport werd opgemaakt zonder daarbij een datum te vermelden of de aanleiding voor het rapport te verduidelijken. Op basis van deze gegevens is het voor de klachtencommissie onmogelijk om te achterhalen wat de bestreden beslissing is, wanneer die werd genomen, of de klacht tijdig werd ingediend en waarom klager hier niet akkoord mee gaat.
Daarenboven is een klacht tegen de opmaak van een rapport aan de directeur (RAD) in ieder geval niet-ontvankelijk aangezien dit een beslissing is van een beambte en de klachtencommissie enkel bevoegd is om beslissingen van de directie te beoordelen. Dit onderdeel van de klacht is bijgevolg kennelijk niet-ontvankelijk.
(2) Wat betreft de naleving van de detentiegaranties
Er werd een Europees aanhoudingsbevel uitgevaardigd met de bedoeling dat klager werd overgeleverd van Nederland aan België. Het Openbaar Ministerie van Amsterdam zou om een individuele detentiegarantie hebben verzocht waarop de FOD Justitie informatie over de detentieomstandigheden waarin klager zou terechtkomen, heeft overgemaakt.
Uit de bijkomende informatie blijkt dat de oppervlakte van de cel waarin klager sinds zijn detentie in de gevangenis van Turnhout verblijft, 10m² is. De directie verklaart dat hij steeds als enige in deze cel heeft verbleven. Er is ook geen sprake dat klager op de grond moe(s)t slapen. De directie verklaart ook dat klager steeds aan de algemene gemeenschappelijke activiteiten kon meedoen. In tegenstelling tot de opvatting van klager, is in de detentiegarantie niets bepaald over een aanbod van therapeutische activiteiten. De detentiegarantie bepaalt duidelijk dat de sanitaire blok afgescheiden is van de rest van de cel door een muur of scherm. Dit is niet het geval in de cel waar klager verblijft. Dit is in geen enkele cel in de gevangenis van Turnhout het geval. De klachtencommissie is echter van oordeel dat hierdoor geen sprake is van een schending van het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer omdat klager als enige gebruik maakt van het sanitair. Bovendien is het feit dat het sanitair niet afgeschermd is in een cel, op zich geen schending van artikel 3 EVRM.
De klachtencommissie besluit dat er geen sprake is van een verzuim in hoofde van de directie om de detentiegaranties van klager na te leven. Bijgevolg is dit onderdeel van de klacht ook kennelijk niet-ontvankelijk.