KC32/25-0041
Gegrond
Onontvankelijk
KC - Turnhout
Klachtencommissie
Tucht
Geen beslissing directeur
TUCHT - GEÏNTERNEERDE - GEEN BESLISSING DIRECTEUR
De klacht betreft (1) een tuchtbeslissing, (2) een reeks politieke uitlatingen en (3) het ongenoegen over de houding van het gevangenispersoneel.
Over de tuchtbeslissing: aangezien klager geïnterneerd is, moet de directeur in de motivering elementen opnemen op basis waarvan hij de geïnterneerde verantwoordelijk acht voor zijn daden. De vraag of de geïnterneerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor de feiten, slaat op de vraag of de persoon op het moment van de feiten helder en bewust was, en dus over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en er bewust voor gekozen heeft de feiten te plegen.
In het voorliggend dossier verwijst de directie enerzijds naar het feit dat klager op het moment van de feiten nors en bedreigend was en anderzijds naar zijn verklaring tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting. Er kan volgens de klachtencommissie niet worden verwezen naar een schijnbaar constante toestand van toerekenbaarheid voor alle daden/gedrag binnen detentie, aangezien dit niet strookt met het statuut van internering. De klachtencommissie herinnert eraan dat in geval van een geïnterneerde de ontoerekenbaarheid het uitgangspunt is. Het komt aan de directie toe om te motiveren waarom ze deze specifieke feiten wél toerekenbaar acht. Dit element is dan ook niet afdoende. Daarnaast wijst de klachtencommissie erop dat het feit dat klager ‘nors en dreigend’ is, niet wil zeggen dat hij op het moment van de feiten helder en bewust was. Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de feiten dan ook niet afdoende gemotiveerd. De motivering voldoet niet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 van de Basiswet. De klacht is bijgevolg gegrond.
Over de politieke uitlatingen: hoewel klager zich in zijn klacht uitgebreid lijkt te beklagen over het systeem en politieke uitlatingen maakt over onder andere de politie, Hitler, Trump etc., kan de klachtencommissie hieruit geen beslissing door of namens de directie ontwaren. Dit deel van de klacht is dan ook niet-ontvankelijk.
Over het feitelijk handelen van de beambten: de klacht gaat over de, volgens klager, agressieve houding van personeelsleden, hetgeen niet in verbinding kan worden gebracht met een beslissing van de directeur. Uit zijn klacht blijkt ook niet dat klager de directie hierover heeft aangesproken en dat de directie heeft nagelaten om deze houding te onderzoeken, waardoor er ook geen sprake is van een verzuim van de directie. De klacht is bijgevolg niet-ontvankelijk.
De klacht betreft (1) een tuchtbeslissing, (2) een reeks politieke uitlatingen en (3) het ongenoegen over de houding van het gevangenispersoneel.
Over de tuchtbeslissing: aangezien klager geïnterneerd is, moet de directeur in de motivering elementen opnemen op basis waarvan hij de geïnterneerde verantwoordelijk acht voor zijn daden. De vraag of de geïnterneerde wel verantwoordelijk kan geacht worden voor de feiten, slaat op de vraag of de persoon op het moment van de feiten helder en bewust was, en dus over vrije wil en oordeelsvermogen beschikte en er bewust voor gekozen heeft de feiten te plegen.
In het voorliggend dossier verwijst de directie enerzijds naar het feit dat klager op het moment van de feiten nors en bedreigend was en anderzijds naar zijn verklaring tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting. Er kan volgens de klachtencommissie niet worden verwezen naar een schijnbaar constante toestand van toerekenbaarheid voor alle daden/gedrag binnen detentie, aangezien dit niet strookt met het statuut van internering. De klachtencommissie herinnert eraan dat in geval van een geïnterneerde de ontoerekenbaarheid het uitgangspunt is. Het komt aan de directie toe om te motiveren waarom ze deze specifieke feiten wél toerekenbaar acht. Dit element is dan ook niet afdoende. Daarnaast wijst de klachtencommissie erop dat het feit dat klager ‘nors en dreigend’ is, niet wil zeggen dat hij op het moment van de feiten helder en bewust was. Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de feiten dan ook niet afdoende gemotiveerd. De motivering voldoet niet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 van de Basiswet. De klacht is bijgevolg gegrond.
Over de politieke uitlatingen: hoewel klager zich in zijn klacht uitgebreid lijkt te beklagen over het systeem en politieke uitlatingen maakt over onder andere de politie, Hitler, Trump etc., kan de klachtencommissie hieruit geen beslissing door of namens de directie ontwaren. Dit deel van de klacht is dan ook niet-ontvankelijk.
Over het feitelijk handelen van de beambten: de klacht gaat over de, volgens klager, agressieve houding van personeelsleden, hetgeen niet in verbinding kan worden gebracht met een beslissing van de directeur. Uit zijn klacht blijkt ook niet dat klager de directie hierover heeft aangesproken en dat de directie heeft nagelaten om deze houding te onderzoeken, waardoor er ook geen sprake is van een verzuim van de directie. De klacht is bijgevolg niet-ontvankelijk.