KC32/25-0047
Ongegrond
KC - Turnhout
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
CELMUTATIE
Klager dient klacht in tegen een celmutatie. Hij schrijft dat de celmutatie is gebeurd zonder reden.
De bevoegdheid van de directie tot toewijzing van een verblijfsruimte aan een gedetineerde wordt niet nader geregeld in de Basiswet. In principe kan men zulke beslissing zelfs mondeling nemen en moet ze nadien niet noodzakelijk in een schriftelijke beslissing verankerd worden. De directie beslist dus op discretionaire wijze op welke vleugel een gedetineerde verblijft. De klachtencommissie kan hierdoor enkel overgaan tot het toetsen van de redelijkheid van de beslissing. De gevangenisdirectie moet in haar beslissing de juridische en feitelijke overwegingen die ten grondslag liggen aan de beslissing afdoende motiveren.
Uit de motivering van de directie blijkt dat klager een dreigende houding aannam tegenover zijn buren, waardoor de directie oordeelde dat zijn verblijf op de oorspronkelijke sectie niet langer aangewezen was. Bijgevolg acht de klachtencommissie, de overplaatsing naar een andere sectie, waar zijn gedrag beter kan worden geobserveerd, niet onredelijk. Bovendien werd de beslissing meermaals aan klager toegelicht, wat aantoont dat de directie zorgvuldig heeft gehandeld.
Om deze redenen is de klacht ongegrond.
Klager dient klacht in tegen een celmutatie. Hij schrijft dat de celmutatie is gebeurd zonder reden.
De bevoegdheid van de directie tot toewijzing van een verblijfsruimte aan een gedetineerde wordt niet nader geregeld in de Basiswet. In principe kan men zulke beslissing zelfs mondeling nemen en moet ze nadien niet noodzakelijk in een schriftelijke beslissing verankerd worden. De directie beslist dus op discretionaire wijze op welke vleugel een gedetineerde verblijft. De klachtencommissie kan hierdoor enkel overgaan tot het toetsen van de redelijkheid van de beslissing. De gevangenisdirectie moet in haar beslissing de juridische en feitelijke overwegingen die ten grondslag liggen aan de beslissing afdoende motiveren.
Uit de motivering van de directie blijkt dat klager een dreigende houding aannam tegenover zijn buren, waardoor de directie oordeelde dat zijn verblijf op de oorspronkelijke sectie niet langer aangewezen was. Bijgevolg acht de klachtencommissie, de overplaatsing naar een andere sectie, waar zijn gedrag beter kan worden geobserveerd, niet onredelijk. Bovendien werd de beslissing meermaals aan klager toegelicht, wat aantoont dat de directie zorgvuldig heeft gehandeld.
Om deze redenen is de klacht ongegrond.