KC32/25-0054
Ongegrond
KC - Turnhout
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
ARBEID - BEVOEGDHEID
Klager is tewerkgesteld in de keuken van de gevangenis. Hij is destijds aan die job begonnen met de belofte dat wanneer er een andere job met verblijfsrecht op vleugel C vrij kwam, hij van werk mocht veranderen. Op 07.03.2025 werd er in samenspraak met een beambte en een kwartieroverste afgesproken dat klager vanaf 10.03.2025 tewerkgesteld zou worden als centrumdiender. Op 09.03.2025 werd klager in de bureau van de kwartieroverste geroepen en werd hem meegedeeld dat hij nog drie weken moest blijven werken in de keuken. Uit het verweer van de directie blijkt dat de directie heeft beslist dat klager toch nog niet mocht beginnen werken als sectiediender.
Het is de directie die bevoegd is voor de toewijzing van de beschikbare arbeid aan de gedetineerde die erom vraagt. In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het bijgevolg niet aan de beambten was om op eigen initiatief werkbeloftes aan klager te doen of om in de plaats van de directie beslissingen te nemen over de tewerkstelling van klager. De klachtencommissie kan begrip opbrengen dat klager hierdoor bepaalde verwachtingen had waardoor hij thans teleurgesteld is.
De bevoegdheid van de directie om arbeid toe te wijzen aan gedetineerden die daar om hebben gevraagd, wordt niet nader geregeld in de Basiswet. De beslissingen die de directeur in dit kader neemt, moeten dus niet aan specifieke voorwaarden voldoen. Het toewijzen van arbeid is een discretionaire en geen gebonden bevoegdheid van de directeur. Dit betekent dat de directeur vrij oordeelt over de geschiktheid van een gedetineerde voor een bepaalde werkplaats of een bepaalde functie.
De discretionaire bevoegdheid van de directie inzake het toewijzen van een job aan een gedetineerde indachtig, is de klachtencommissie van oordeel dat de redenen die de directie aanhaalt in haar verweer om klager niet aan te stellen als diender, gerechtvaardigd zijn. De continuïteit van de werking van de keuken dient immers gegarandeerd te blijven. Indien klager niet langer in de keuken wil werken, staat het hem vrij om ontslag te nemen en te wachten totdat de functie van diender vrijkomt.
Om deze redenen is de klacht ongegrond.
Klager is tewerkgesteld in de keuken van de gevangenis. Hij is destijds aan die job begonnen met de belofte dat wanneer er een andere job met verblijfsrecht op vleugel C vrij kwam, hij van werk mocht veranderen. Op 07.03.2025 werd er in samenspraak met een beambte en een kwartieroverste afgesproken dat klager vanaf 10.03.2025 tewerkgesteld zou worden als centrumdiender. Op 09.03.2025 werd klager in de bureau van de kwartieroverste geroepen en werd hem meegedeeld dat hij nog drie weken moest blijven werken in de keuken. Uit het verweer van de directie blijkt dat de directie heeft beslist dat klager toch nog niet mocht beginnen werken als sectiediender.
Het is de directie die bevoegd is voor de toewijzing van de beschikbare arbeid aan de gedetineerde die erom vraagt. In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het bijgevolg niet aan de beambten was om op eigen initiatief werkbeloftes aan klager te doen of om in de plaats van de directie beslissingen te nemen over de tewerkstelling van klager. De klachtencommissie kan begrip opbrengen dat klager hierdoor bepaalde verwachtingen had waardoor hij thans teleurgesteld is.
De bevoegdheid van de directie om arbeid toe te wijzen aan gedetineerden die daar om hebben gevraagd, wordt niet nader geregeld in de Basiswet. De beslissingen die de directeur in dit kader neemt, moeten dus niet aan specifieke voorwaarden voldoen. Het toewijzen van arbeid is een discretionaire en geen gebonden bevoegdheid van de directeur. Dit betekent dat de directeur vrij oordeelt over de geschiktheid van een gedetineerde voor een bepaalde werkplaats of een bepaalde functie.
De discretionaire bevoegdheid van de directie inzake het toewijzen van een job aan een gedetineerde indachtig, is de klachtencommissie van oordeel dat de redenen die de directie aanhaalt in haar verweer om klager niet aan te stellen als diender, gerechtvaardigd zijn. De continuïteit van de werking van de keuken dient immers gegarandeerd te blijven. Indien klager niet langer in de keuken wil werken, staat het hem vrij om ontslag te nemen en te wachten totdat de functie van diender vrijkomt.
Om deze redenen is de klacht ongegrond.