KC32/25-0074
Gegrond
Onontvankelijk
KC - Turnhout
Klachtencommissie
Tucht
Geen beslissing Klachtencommissie of Directeur-Generaal
(1) TUCHT – GEÏNTERNEERDE – TOEREKENBAARHEID (2) GEEN BESLISSING DIRECTEUR – BEVOEGDHEID
De klacht betreft de tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis en het niet mogen deelnemen aan het overlegorgaan.
(1) Wat betreft de tuchtbeslissing
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee, een tuchtinbreuk van de eerste categorie. Klager werd uitgenodigd om gehoord te worden door de directie. Echter weigerde hij naar de zitting te komen. Zijn advocaat was wel aanwezig op de zitting, maar wenste niets toe te voegen aan de vaststellingen uit het RAD.
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld. Bovendien werd het RAD ondertekend door één getuige. Door de afwezigheid van klager tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting, heeft hij ook geen overtuigende elementen aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
Aangezien klager geïnterneerd is, moet de directeur in de motivering elementen opnemen op basis waarvan hij de geïnterneerde verantwoordelijk acht voor zijn daden. In het voorliggend dossier schiet de motivering van de directie tekort om de toerekeningsvatbaarheid van klager afdoende te onderbouwen. De directie beperkt haar motivering tot ‘het moment dat betrokkene de inbreuk beging, was hij helder en bewust in zijn spreken en handelen’ zonder dit verder te onderbouwen. Dit is dan ook een standaardmotivering die niet aangepast is aan de concrete situatie van dit dossier.
Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de feiten dan ook niet afdoende gemotiveerd. De motivering voldoet niet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet. Om die redenen is dit aspect van de klacht gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd. De klachtencommissie draagt de directie op om de tuchtbeslissing te verwijderen uit het tuchtregister van klager.
(2) Wat betreft de uitsluiting van het overlegorgaan
De klachtencommissie stelt vast dat er in deze situatie geen sprake is van een geïndividualiseerde beslissing van de directie, noch van een verzuim om een beslissing te nemen.
Uit het verweer van de directie blijkt namelijk dat de organisatie van de bewonersraad niet rechtstreeks onder de bevoegdheid van de directie valt aangezien de inschrijvingen worden beheerd door het zorgteam, dat de deelnemerslijst doorgeeft aan het centrum. Klager heeft op geen enkel moment expliciet aangegeven aan de directie dat hij zichzelf kandidaat wil stellen voor deelname een de bewonersraad. De directie kan dan ook niet worden verweten dat zij heeft nagelaten een beslissing te nemen aangezien er op haar ook geen verplichting rustte om hierover te beslissen.
Om deze redenen is de klacht niet-ontvankelijk. De klachtencommissie kan de klacht niet inhoudelijk beoordelen.
De klacht betreft de tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis en het niet mogen deelnemen aan het overlegorgaan.
(1) Wat betreft de tuchtbeslissing
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee, een tuchtinbreuk van de eerste categorie. Klager werd uitgenodigd om gehoord te worden door de directie. Echter weigerde hij naar de zitting te komen. Zijn advocaat was wel aanwezig op de zitting, maar wenste niets toe te voegen aan de vaststellingen uit het RAD.
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld. Bovendien werd het RAD ondertekend door één getuige. Door de afwezigheid van klager tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting, heeft hij ook geen overtuigende elementen aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
Aangezien klager geïnterneerd is, moet de directeur in de motivering elementen opnemen op basis waarvan hij de geïnterneerde verantwoordelijk acht voor zijn daden. In het voorliggend dossier schiet de motivering van de directie tekort om de toerekeningsvatbaarheid van klager afdoende te onderbouwen. De directie beperkt haar motivering tot ‘het moment dat betrokkene de inbreuk beging, was hij helder en bewust in zijn spreken en handelen’ zonder dit verder te onderbouwen. Dit is dan ook een standaardmotivering die niet aangepast is aan de concrete situatie van dit dossier.
Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de feiten dan ook niet afdoende gemotiveerd. De motivering voldoet niet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet. Om die redenen is dit aspect van de klacht gegrond. De tuchtbeslissing wordt vernietigd. De klachtencommissie draagt de directie op om de tuchtbeslissing te verwijderen uit het tuchtregister van klager.
(2) Wat betreft de uitsluiting van het overlegorgaan
De klachtencommissie stelt vast dat er in deze situatie geen sprake is van een geïndividualiseerde beslissing van de directie, noch van een verzuim om een beslissing te nemen.
Uit het verweer van de directie blijkt namelijk dat de organisatie van de bewonersraad niet rechtstreeks onder de bevoegdheid van de directie valt aangezien de inschrijvingen worden beheerd door het zorgteam, dat de deelnemerslijst doorgeeft aan het centrum. Klager heeft op geen enkel moment expliciet aangegeven aan de directie dat hij zichzelf kandidaat wil stellen voor deelname een de bewonersraad. De directie kan dan ook niet worden verweten dat zij heeft nagelaten een beslissing te nemen aangezien er op haar ook geen verplichting rustte om hierover te beslissen.
Om deze redenen is de klacht niet-ontvankelijk. De klachtencommissie kan de klacht niet inhoudelijk beoordelen.