ORDEMAATREGEL - ONTSLAG - ARBEID
De klacht betreft een ontslagbeslissing genomen door de directie van de gevangenis van Turnhout. Klager werd bij ordemaatregel van 04/04/2025 ontslagen uit zijn functie in de schrijnwerkerij. Op grond van de Basiswet heeft een gedetineerde het recht om deel te nemen aan de in de gevangenis beschikbare arbeid. Het is de directeur die bevoegd is voor de toewijzing van de beschikbare arbeid aan de gedetineerde die erom vraagt. Deze bevoegdheid van de directeur wordt niet nader geregeld in de Basiswet. De beslissingen die de directeur in dit kader neemt, moeten dus niet aan specifieke voorwaarden voldoen. Het toewijzen van arbeid is dus een discretionaire en geen gebonden bevoegdheid van de directeur. Dit betekent dat de directeur vrij oordeelt over de geschiktheid van een gedetineerde voor een bepaalde werkplaats of een bepaalde functie.
De beslissing om iemand te ontslaan uit een functie moet wel aan een aantal algemene voorwaarden voldoen op grond van de Basiswet. Alle beslissingen die in het kader van de Basiswet worden genomen, moeten immers met redenen omkleed zijn. De redenen van de beslissing dienen de gedetineerde toe te laten te begrijpen waarom het werk niet langer als “passend werk” kan worden beschouwd. De directie is als administratieve overheid bovendien gebonden door het zorgvuldigheidsbeginsel. Het zorgvuldigheidsbeginsel vereist onder meer dat de gedetineerde actief wordt geïnformeerd over een beslissing.
In het voorliggend dossier motiveerde de directie de ontslagbeslissing door te stellen dat klager niet langer beantwoordt aan de voor de arbeidspost gestelde vereisten omdat hij niet langer te vertrouwen is. De directie verwijst naar “na deze vastgestelde feiten”, waarmee ze lijkt te verwijzen naar een passage uit het bovenste luik van het formulier. De klachtencommissie heeft al herhaaldelijk geoordeeld dat enkel het onderste luik van het standaardformulier in Turnhout de eigenlijke ontslagbeslissing uitmaakt. De motivering die in dit onderste luik wordt verstrekt dient dan ook op zichzelf te staan. Het volstaat met andere woorden niet te verwijzen naar “deze vastgestelde feiten” zonder te verduidelijken over welke feiten het gaat.
Volgens de klachtencommissie werd de ontslagbeslissing dan ook niet afdoende gemotiveerd.
Om deze redenen is de klacht kennelijk gegrond.
De klacht betreft een ontslagbeslissing genomen door de directie van de gevangenis van Turnhout. Klager werd bij ordemaatregel van 04/04/2025 ontslagen uit zijn functie in de schrijnwerkerij. Op grond van de Basiswet heeft een gedetineerde het recht om deel te nemen aan de in de gevangenis beschikbare arbeid. Het is de directeur die bevoegd is voor de toewijzing van de beschikbare arbeid aan de gedetineerde die erom vraagt. Deze bevoegdheid van de directeur wordt niet nader geregeld in de Basiswet. De beslissingen die de directeur in dit kader neemt, moeten dus niet aan specifieke voorwaarden voldoen. Het toewijzen van arbeid is dus een discretionaire en geen gebonden bevoegdheid van de directeur. Dit betekent dat de directeur vrij oordeelt over de geschiktheid van een gedetineerde voor een bepaalde werkplaats of een bepaalde functie.
De beslissing om iemand te ontslaan uit een functie moet wel aan een aantal algemene voorwaarden voldoen op grond van de Basiswet. Alle beslissingen die in het kader van de Basiswet worden genomen, moeten immers met redenen omkleed zijn. De redenen van de beslissing dienen de gedetineerde toe te laten te begrijpen waarom het werk niet langer als “passend werk” kan worden beschouwd. De directie is als administratieve overheid bovendien gebonden door het zorgvuldigheidsbeginsel. Het zorgvuldigheidsbeginsel vereist onder meer dat de gedetineerde actief wordt geïnformeerd over een beslissing.
In het voorliggend dossier motiveerde de directie de ontslagbeslissing door te stellen dat klager niet langer beantwoordt aan de voor de arbeidspost gestelde vereisten omdat hij niet langer te vertrouwen is. De directie verwijst naar “na deze vastgestelde feiten”, waarmee ze lijkt te verwijzen naar een passage uit het bovenste luik van het formulier. De klachtencommissie heeft al herhaaldelijk geoordeeld dat enkel het onderste luik van het standaardformulier in Turnhout de eigenlijke ontslagbeslissing uitmaakt. De motivering die in dit onderste luik wordt verstrekt dient dan ook op zichzelf te staan. Het volstaat met andere woorden niet te verwijzen naar “deze vastgestelde feiten” zonder te verduidelijken over welke feiten het gaat.
Volgens de klachtencommissie werd de ontslagbeslissing dan ook niet afdoende gemotiveerd.
Om deze redenen is de klacht kennelijk gegrond.