Ga verder naar de inhoud

KC32/25-0144

Ongegrond KC - Turnhout Klachtencommissie Andere beslissing directeur Fouille op het lichaam
FOUILLE LICHAAM - TUCHT - TERMIJN

Klager beklaagt zich over de beslissing tot fouillering op het lichaam. De directie haalde als individuele aanwijzing aan dat er tijdens de fouillering (lees: onderzoek aan de kledij) een voorwerp werd gevoeld, waarbij klager weigerde dit uit zijn broek tevoorschijn te halen. De klachtencommissie acht deze individuele aanwijzing voldoende geconcretiseerd. Wat betreft de motivering waarom een onderzoek aan de kledij niet volstaat: uit de bestreden beslissing blijkt dat het voorwerp net werd aangetroffen ter gelegenheid van een onderzoek aan de kledij. De klachtencommissie besluit dat de motivering van de beslissing, hoewel extreem summier, voldoet aan de vereisten van artikel 108 j° artikel 8 Basiswet. De klacht is ongegrond.

Klager beklaagt zich over de mededeling tot opstart van de tuchtprocedure die volgens hem erg laat ter kennis werd gebracht. In het voorliggend dossier werd er op 2 augustus 2025 een RAD opgesteld over de vaststellingen ter gelegenheid van de celcontrole en fouillering op het lichaam. Het personeelslid bezorgt dit rapport zo spoedig mogelijk aan de directeur die binnen zeven dagen na de ontvangst van dit rapport handelt overeenkomstig §3 (artikel 144, §1 Basiswet). Dit betekent dat, wanneer de directeur meent dat de feiten uit het RAD een tuchtrechtelijk gevolg vereisen, de gedetineerde door afgifte van een formulier schriftelijk in kennis wordt gesteld van het feit dat tegen hem een tuchtprocedure zal worden opgestart (artikel 144, §3 Basiswet). Dit is de mededeling tot opstart van de tuchtprocedure die in het voorliggend dossier op 4 augustus 2025 aan klager ter kennis werd gebracht. De klachtencommissie stelt aldus vast dat de door de Basiswet voorgeschreven termijnen werden gerespecteerd. De klacht is ongegrond.