TUCHT - GEÏNTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing. In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Klager heeft immers zelf op het moment van de feiten toegegeven dat hij een joint heeft gerookt. De klachtencommissie stelt tenslotte vast dat de directie in de motivering van haar beslissing ook verwijst naar drie gelijkaardige geurwaarnemingen en naar de vondst van lange blaadjes in zijn verblijfsruimte.
De klachtencommissie is van oordeel dat de directie zich zo goed als mogelijk over de toestand van klager op het moment van de feiten (vlak na de geurwaarneming) heeft uitgesproken. Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de feiten bijgevolg afdoende gemotiveerd. De motivering voldoet aan artikel 144, § 6 en artikel 8 van de Basiswet.
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing. In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Klager heeft immers zelf op het moment van de feiten toegegeven dat hij een joint heeft gerookt. De klachtencommissie stelt tenslotte vast dat de directie in de motivering van haar beslissing ook verwijst naar drie gelijkaardige geurwaarnemingen en naar de vondst van lange blaadjes in zijn verblijfsruimte.
De klachtencommissie is van oordeel dat de directie zich zo goed als mogelijk over de toestand van klager op het moment van de feiten (vlak na de geurwaarneming) heeft uitgesproken. Volgens de klachtencommissie werd de toerekenbaarheid van de feiten bijgevolg afdoende gemotiveerd. De motivering voldoet aan artikel 144, § 6 en artikel 8 van de Basiswet.