KC32/25-0180
Gegrond
KC - Turnhout
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
CEL - OVERBEVOLKING
De klacht handelt over een beslissing van de directie om klager met 2 medegedetineerden in verblijfsruimte 352 te huisvesten. Artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) verbiedt onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) verduidelijkte dat er een sterk vermoeden is dat de opsluiting strijdig is met het verbod op onmenselijke behandeling, wanneer een gedetineerde in een meerpersoonscel over minder dan 3m² beschikt.
De directie werd op verschillende momenten in de mogelijkheid gesteld de nodige informatie aan de klachtencommissie over te maken. De directie heeft de vragen van de klachtencommissie niet beantwoord en bood ook voor het overige geen verweer. Het vermoeden van strijdigheid met het verbod op een onmenselijke behandeling werd in het voorliggend dossier dan ook niet weerlegd. De klachtencommissie kan dan ook niet anders dan besluiten dat de situatie waarin klager verbleef in strijd was met artikel 3 EVRM. Om deze redenen is de klacht gegrond. De bestreden beslissing wordt vernietigd.
Bij vernietiging van de beslissing worden de gevolgen van de vernietigde beslissing voor zover mogelijk door de directie ongedaan gemaakt (artikel 158, §4 Basiswet). De klachtencommissie draagt de directie dan ook op om klager – voor zover dit nog niet gebeurd is – onmiddellijk een verblijfsruimte toe te wijzen waarin klager over een persoonlijke ruimte van minstens 3m² beschikt.
De klacht handelt over een beslissing van de directie om klager met 2 medegedetineerden in verblijfsruimte 352 te huisvesten. Artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) verbiedt onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) verduidelijkte dat er een sterk vermoeden is dat de opsluiting strijdig is met het verbod op onmenselijke behandeling, wanneer een gedetineerde in een meerpersoonscel over minder dan 3m² beschikt.
De directie werd op verschillende momenten in de mogelijkheid gesteld de nodige informatie aan de klachtencommissie over te maken. De directie heeft de vragen van de klachtencommissie niet beantwoord en bood ook voor het overige geen verweer. Het vermoeden van strijdigheid met het verbod op een onmenselijke behandeling werd in het voorliggend dossier dan ook niet weerlegd. De klachtencommissie kan dan ook niet anders dan besluiten dat de situatie waarin klager verbleef in strijd was met artikel 3 EVRM. Om deze redenen is de klacht gegrond. De bestreden beslissing wordt vernietigd.
Bij vernietiging van de beslissing worden de gevolgen van de vernietigde beslissing voor zover mogelijk door de directie ongedaan gemaakt (artikel 158, §4 Basiswet). De klachtencommissie draagt de directie dan ook op om klager – voor zover dit nog niet gebeurd is – onmiddellijk een verblijfsruimte toe te wijzen waarin klager over een persoonlijke ruimte van minstens 3m² beschikt.