Ga verder naar de inhoud

KC32/25-0211

Gegrond KC - Turnhout Klachtencommissie Tucht
TUCHT - GEÏNTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING - SANCTIE

Klager kreeg bij tuchtbeslissing van 27 oktober 2025 een tuchtsanctie van 14 dagen ATV voor het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). De directie heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen ter gelegenheid van een celcontrole zoals opgenomen in het RAD van 22 oktober 2025. Hierin wordt de vondst van 12 flessen beschreven die half gevuld waren met fruitsap. De flessen waren aan het gisten. Volgens de klachtencommissie brachten klager en zijn advocaat ter tuchtzitting geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte.

De directie kwalificeerde de feiten als het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct. De klachtencommissie oordeelt echter dat de kwalificatie niet afdoende gemotiveerd werd, nu de directie niet verduidelijkt in welke zin de feiten een inbreuk op het huishoudelijk reglement uitmaken. De directie haalt met name niet de concrete bepaling(en) uit het huishoudelijk reglement aan waarop klager een inbreuk pleegde.

De directie motiveert dat ze klager (geïnterneerd) verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten, verwijzend naar het feit dat betrokkene helder en bewust was in zijn spreken en handelen op het moment dat hij werd aangesproken op de vondsten in zijn verblijfsruimte. Het RAD van 22 oktober 2025 maakt geen melding van enig gesprek tussen de beambte die de vondsten deed en klager. De klachtencommissie meent dan ook dat de directie met “het moment dat hij werd aangesproken op de vondsten in zijn verblijfsruimte” enkel kan doelen op het moment van de tuchtzitting. Met een verwijzing naar de verklaringen van klager op het moment van de tuchtzitting spreekt de directie zich niet uit over de toestand van klager op het ogenblik van de feiten. Dat hij nadien alles in een coherent verhaal kan gieten zegt immers niets over zijn toestand op het ogenblik van de feiten. Dit element is dan ook niet afdoende. De motivering van de toerekenbaarheid van de feiten voldoet dan ook niet aan artikel 144 §6 j° artikel 8 Basiswet. De klacht is gegrond. De nog lopende ATV-sanctie dient ten gevolge hiervan onmiddellijk te worden stopgezet.