Ga verder naar de inhoud

KC32/25-0213

Ongegrond Onontvankelijk KC - Turnhout Klachtencommissie Voorlopige maatregel Bijzondere veiligheidsmaatregel Tucht
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - BEVOEGDHEID

1. BVM
De klachtencommissie stelt vast dat klager op zijn klachtenformulier de categorie bijzondere veiligheidsmaatregel heeft aangekruist en de datum heeft ingevuld. De directie verklaart in haar verweer dat er echter geen BVM werd opgelegd. Bij gebreke aan een beslissing van de directeur, besluit de klachtencommissie dat deze klacht niet-ontvankelijk is.

2. VM
Uit de bestreden beslissing blijkt dat de directie van oordeel was dat klager de interne veiligheid ernstig en opzettelijk had aangetast omwille van de vechtpartij met zijn celgenoot waardoor hij in de beveiligde cel diende te verblijven. Hoewel de klachtencommissie van oordeel is dat de motivering van de bestreden beslissing uiterst beknopt is, meent zij dat deze motivering voldoende was om klager in kennis te stellen van de reden waarom hij in de beveiligde cel moest verblijven. De klachtencommissie is van oordeel dat uit de vaststellingen zoals weergegeven in het RAD duidelijk blijkt dat klager minstens een bedreiging uitmaakte voor de fysieke integriteit van zijn celgenoot en dat beide gedetineerden uit elkaars buurt dienden gehouden te worden. Aangezien de opsteller van het RAD zag hoe klager zijn celgenoot een duw gaf en dat klager aanhoudend bleef brullen, acht de klachtencommissie het gerechtvaardigd dat de directie klager liet verblijven in de beveiligde cel.
De klachtencommissie besluit dat de voorlopige maatregel conform de voorwaarden uit de Basiswet werd genomen en gerechtvaardigd was. Om deze redenen is de klacht tegen de voorlopige maatregel ontvankelijk, maar ongegrond.

3. Tuchtbeslissing
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen of de bedreiging daarmee, een tuchtinbreuk van eerste categorie.
Hoewel op basis van de vaststellingen in het RAD niet kan worden uitgesloten dat de verklaring van klager dat hij door zijn celgenoot werd geslagen met een koffiekan op zijn hoofd onwaar is, meent de klachtencommissie dat op basis van het RAD wel de agressieve feiten in hoofde van klager vaststaan. Bijgevolg is de klachtencommissie van oordeel dat er op het moment van de vaststellingen door de beambte geen sprake meer was van wettige verdediging en dat de directie klager terecht heeft gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van zijn celgenoot.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van veertien dagen ATV, met inbegrip van de duurtijd van de opgelegde voorlopige maatregel. De tuchtsanctie was wettig, redelijk en billijk.
Om deze redenen is de klacht tegen de tuchtbeslissing ontvankelijk, maar ook ongegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.