Ga verder naar de inhoud

KC32/25-0223

Gegrond KC - Turnhout Klachtencommissie Tucht
TUCHT - KWALIFICATIE FEITEN - MOTIVERING - SANCTIE

Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing. De directeur heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in de RAD’s van 23 en 25 oktober 2025. Ter tuchtzitting ontkent klager de feiten niet. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte.

De directeur stelde “betrokkene geeft toe dat hij een personeelslid heeft uitgescholden” en kwalificeerde dit vervolgens als het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden (artikel 130, 1° Basiswet). De klachtencommissie meent dat de directeur de precieze uitspraak die als belediging beschouwd werd, had moeten hernemen in de motivering van de tuchtbeslissing. Het is immers niet de bedoeling dat de motivering van een tuchtbeslissing enkel kan begrepen worden door ze samen te lezen met het RAD of het verslag van de tuchtzitting. De directeur zei over deze tuchtinbreuk ook nog: “Ik deel hem mee dat ik hiervoor een ATV sanctie zal opleggen.” De klachtencommissie stelt op basis van het verslag van de tuchtzitting vast dat klager er enkel op gewezen werd dat het uiten van beledigingen een tuchtinbreuk uitmaakt. De directie heeft op geen enkel moment gezegd hem hiervoor een sanctie te zullen geven. Deze zin uit de motivering strookt dan ook niet met de waarheid. Volgens de klachtencommissie is de motivering van deze tuchtinbreuk niet afdoende en dient de inbreuk ten gevolge daarvan geschrapt te worden (uit de motivering, aangezien ze niet werd aangekruist).

De directeur kwalificeerde de feiten van de drugs die werden aangetroffen ter gelegenheid van de controle met de drugshond als het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties (artikel 129, 7° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.

Klager kreeg 30 dagen ATV. Klager stelt dat de sanctie niet geïndividualiseerd werd omdat de directie vond dat iedereen die gepakt was 30 dagen ATV moest krijgen. De klachtencommissie stelt vast dat de directeur ter tuchtzitting inderdaad stelde dat hij voor drugs (impliciet: “altijd”) 30 dagen ATV geeft. De klachtencommissie meent dat deze uitspraak gezien kan worden als kaderend binnen een beleid van nultolerantie. De klachtencommissie oordeelt dat de directie afdoende motiveerde waarom ze de uitgesproken sanctie in het geval van klager opportuun achtte, verwijzend naar de ernst van de feiten, met name het bezit en het verbergen van de substantie. De directie oordeelde dat dit gedrag een bedreiging vormt voor de orde en veiligheid binnen de inrichting en dat dit niet getolereerd kan worden. Dat het ‘maar’ om 2 gram ging, doet volgens de klachtencommissie niets af aan de redelijkheid van de beslissing van de directie. De klachtencommissie acht de sanctie aldus wettelijk en, zelfs indien ze door schrapping van de tuchtinbreuk van de tweede categorie (zie hoger) enkel opgelegd wordt voor het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties (artikel 129, 7° Basiswet), redelijk. De klacht is gedeeltelijk gegrond.

De klachtencommissie beslist tot de gedeeltelijke vernietiging (artikel 158, §3, 3° Basiswet) van de tuchtbeslissing voor wat betreft de inbreuk van artikel 130, 1° Basiswet en het gedeelte van de motivering dat hierover handelt. De tuchtbeslissing blijft overeind voor wat betreft de inbreuk van artikel 129, 7° Basiswet, de motivering hiervan en de opgelegde tuchtsanctie van 30 dagen ATV.